5 Microfoontips
Techniek: het wordt tegelijkertijd overschat én onderschat. Natuurlijk moet je jezelf er niet blind op staren en vooral focussen op de inhoud. Maar te vaak wordt vergeten dat de (microfoon)techniek een allesbepalende stoorzender kan zijn.
Voor mij als dagvoorzitter is de microfoon mijn grootste vriend (of vijand, als hij kwaad wil). Microfoontechniek ken vele facetten, die ik wil proberen op een rij te zetten:
Microfoongebruik:
Er eentje in je hand hebben is één ding, weten wat je er mee moet een tweede. Los van het feit dat een microfoon iedereen verstaanbaar maakt (als het goed is, tenminste), heeft hij een belangrijke regiefunctie: wie de microfoon heeft mag spreken, de rest luistert.
Precies daarom willen veel mensen hem graag zelf in de hand hebben; met name degenen die zichzelf graag lang horen praten. De ‘gouden dagvoorzitterswet’ is daarom de microfoon nooit uit handen te geven. Maar wat nu als iemand er toch aan blijft trekken: dan mag het nooit een voor de zaal zichtbare strijd worden. Je kunt dit voorkomen door mee te geven. Als de spreker de mic naar zich toe trekt, trek dan niet meteen terug, maar hou hem vast en sta de ander toe de microfoon naar zijn mond te brengen. De kans is groot dat hij hem – zeker na een geruststellend knikje van jouw kant- alsnog los zal laten. Doet hij dit niet, probeer dan iets meer kracht te zetten, zonder dat dit het publiek opvalt. En wil de ander echt niet toegeven, gun hem dan de microfoon, maar zorg dat je een plan B hebt: zie microfoonkeuze.
Microfoonkeuze:
Mijn voorkeur gaat uit naar een headset. Deze beweegt mee met mijn mond, wat ik ook doe en daardoor ben ik altijd goed verstaanbaar. Daarnaast hou ik daarmee mijn handen vrij voor het vasthouden van cue-cards, gesticuleren, een tweede microfoon etc.
Een revermicrofoon is een goed alternatief, op het moment dat je vrij statisch bent en je positie ten opzichte van de zaal steeds dezelfde is.
In combinatie met de headset gebruik ik graag een handheld: deze kan ik gebruiken om te interviewen en mensen in de zaal aan het woord te laten. Waarom dan niet alleen een handheld? Omdat ik met een headset iemand in de rede kan vallen, zonder de microfoon weg te halen (handig, als hij hem vast houdt bijvoorbeeld; zie boven) en omdat ik dan altijd een noodoplossing bij de hand heb, mocht één van de twee uitvallen.
Microfooninstelling: Het lijkt een dooddoener, maar een microfoon moet goed werken. Dat betekent dat het nivo precies goed moet zijn, dat je nergens in de zaal ‘rondzingen’ veroorzaakt en dat de batterijen nieuw/vol moeten zijn. Verder kan de instelling – los van het nivo – de verstaanbaarheid enorm vergroten.
Microfoonvertrouwen: Je kunt je werk pas goed doen, als je er op kunt rekenen dat de microfoon werkt. Dat betekent: testen! Loop met al je microfoons de hele zaal door; ook als interactie niet gepland is, want je weet immers nooit wat er onverwacht kan gebeuren. Laat iemand mee luisteren voor verstaanbaarheid en geluidsnivo.
Werk je – zoals ik – met meerdere mics tegelijk, test ze dan ook terwijl ze allemaal aan staan.
Microfoonvriendschap: Wordt maatjes met de technicus! Hij is cruciaal voor jouw optreden, dus praat goed met hem door wat je wilt en vraag hem of er beperkingen zijn.
En als je de handheld noodgedwongen moet afgeven (zie boven) laat hem dan het nivo van jouw headset iets hoger zetten. Zo blijf jij ‘baas over de bijeenkomst’.