Uiterlijk vertoon: 10 tips voor de juiste kleding

30 mei 2011
Categorieën: Geen rubriek
11 reacties »

Het kiezen van de juiste kleding voor een bijeenkomst is niet alles bepalend voor het eindresultaat, maar het helpt wel. Zelf hou ik de volgende tien uitgangspunten aan:

Doelgroep: voor een zaal met gemeente-ambtenaren kleed ik me anders, dan voor een groep topmanagers van een multinational of een zaal vol MBO-studenten. Zij kleden zich immers ook anders.

Doel: de ene bijeenkomst heeft meer een ‘handen-uit-de-mouwen-karakter, dan de andere. Dat bepaalt de keuze tussen nette broek met colbert, pak zonder strop of met.

Verhouding: bij sommige evenementen ben ik prominent aanwezig, bij andere gelegenheden blijf ik meer op de achtergrond. In het eerste geval durf ik ‘uit te pakken’; in het tweede geval zorg ik dat ik net iets ‘saaier’ gekleed ga dan bijvoorbeeld de sprekers.
Hetzelfde geldt voor verschillen in generatie: voor een zaal met vooral mensen die ouder zijn dan ik, kies ik mijn meest conservatieve pak; voor een jonger publiek trek ik juist iets moderns aan.

Uitstraling: je kleding zegt iets over hoe serieus je de bijeenkomst neemt. Ik kies daarom eerder voor een beetje overdressed, dan voor te simpel.

Gemak: wat er ook gebeurt, ik zal nooit iets aantrekken dat niet fijn draagt.

Handelsmerk: voor sommige sprekers/dagvoorzitters is kleding deel van hun ‘merk’. Ze dragen bijzondere sokken, hele uitgesproken pakken, rare dassen, brillen etc. Zelf durf ik langzaamaan meer te kiezen voor opvallende schoenen.

Accessoires: Kies horloges, ringen en kettingen met beleid. Onderwerp ze aan dezelfde criteria als de rest van je kleding, met één toevoeging: alles wat rammelt gaat ten koste van de aandacht voor jouw betoog.

Techniek: Er moet in je pak ruimte zijn voor de zender van je microfoon (en voor jezelf, mocht je kilo’s aankomen).

Details: controleer regelmatig of alle knopen nog vast zitten en alle naden netjes zijn. Draag niets in je zakken: een bobbel van een sleutelbos bijvoorbeeld is geen gezicht.

Back-up: ik ga nooit de deur uit zonder een set reservekleding. Het zal je immers maar gebeuren dat je een kop koffie omgooit, net voor je op moet. Of dat je net voor de ingang de bijdrage van de hond van één van de buurtbewoners over het hoofd ziet.

Natuurlijk gaat het uiteindelijk om wát je zegt, niet om hóe je eruit ziet. Echter: als je uiterlijk niet past bij je boodschap, zal deze slechter over komen.
Stel je een spreker voor die vertelt over sales: dan wil je toch ook een goed geklede verkoper voor je zien. Spreekt deze ‘snelle jongen’ echter over een alternatieve geneeswijze, dan zul je hem ineens niet serieus nemen: je ziet immers nog steeds een verkoper voor je en geen vakman.
 

Je publiek beter bereiken: het juiste klimaat

16 mei 2011
Categorieën: Geen rubriek
8 reacties »

Je wilt je publiek niet in de kou laten staan, je deelnemers niet in het duister laten tasten, het de aanwezigen niet te heet onder de voeten laten worden … klimaat is een vaak vergeten element in het slagen van een bijeenkomst. Mensen die zich prettig voelen, nemen meer informatie op en doen actiever mee.

Afhankelijk van het programma-onderdeel zou de zaal kouder of juist iets warmer moeten zijn: temperatuur kan helpen actief te worden/blijven of juist comfortabel te luisteren.
Hetzelfde geldt voor het licht. De juiste keuze in dag- of kunstlicht, veel of weinig, hard of zacht, met of zonder een kleurtje kan een belangrijke bijdrage leveren aan hoe het publiek zich gedraagt: meegaand of kritisch, actief of passief, introvert of communicatief. Bij velen – mezelf incluis – is deze wetenschap nog onderbelicht.

En vergeet niet dat zaken elkaar beïnvloeden en dat het belangrijk is de hele dag scherp te zijn: de temperatuur in de zaal kan snel oplopen, als hij vol zit met mensen; licht dat voor het ene programmaonderdeel perfect is, kan een ander doel later op de dag juist hinderen. Vertrouw dus niet op één standaardinstelling voor de hele dag.

We weten allemaal dat het – helaas – niet altijd perfect kan zijn. Benoem dat vooral: erkennen dat het in de zaal veel te warm is verzacht het leed en vergroot de bereidheid bij de deelnemers om door de zure appel heen te bijten.

De 8 kenmerken van een goede stelling

2 mei 2011
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Het poneren van stellingen is een veel gebruikt middel om mensen aan het denken te zetten en in gesprek te krijgen. Mits goed toegepast, is het een geweldige manier om discussie op gang te brengen of de aanwezigen mee te nemen in het verhaal van de spreker.
Helaas zie ik te vaak dagvoorzitters, publiek, panels en sprekers worstelen met stellingen die hun doel volledig voorbij schieten.

Ik heb daarom geprobeerd een aantal uitgangspunten te formuleren. Een geslaagde stelling is:
Eenduidig: als hij voor meerdere uitleggen vatbaar is, gaat de discussie als snel over de vraag hoe je de stelling uit moet leggen en dus niet meer over de stelling zelf. Het gebeurt met grote regelmaat dat na verloop van tijd blijkt dat ja-stemmers en nee-stemmers het eigenlijk eens zijn, maar dat ze simpelweg de stelling anders gelezen hebben.
Eenvoudig: je begrijpt hem in een oogopslag, zodat er meteen begonnen kan worden met discussieren. Een stelling uit moeten leggen is net zo erg als de clou van een mop moeten verklaren. Een truc die vaak toegepast wordt en goed werkt, is één voor- en één tegenstander hun standpunt laten verdedigen, voordat de rest van de zaal mee gaat praten.
Enkelvoudig: opdrachtgevers willen vaak te veel boodschappen in één dag stoppen en dat geldt ook voor de stellingen. Helaas schept dat verwarring bij de deelnemers aan het gesprek en dat komt de effectiviteit van de discussie niet ten goede. Dus: maak keuzes! En wil je persé meerdere zaken in debat brengen, splits ze dan op in meerdere stellingen.
Polariserend: stellingen worden vaak (te) voorzichtig geformuleerd, om niemand voor het hoofd te stoten. Maar als iedereen het meteen eens is over het antwoord op de stelling, heb je geen discussie en bereik je dus niks.  Vaak kent de opdrachtgever zijn doelgroep niet goed genoeg en dénkt dat er tegenstellingen zijn, waar ze niet bestaan.
Prikkelend: een goede stelling maakt nieuwsgierig en maakt dat je de diepte in wilt. Je raakt er niet snel op uitgekeken en hij zet aan tot nadenken. Het is de spreekwoordelijke ui, die je samen laag voor laag wilt afpellen;
Doelgericht: als de deelnemers aan een discussie niet weten waarom deze stelling besproken wordt, gaat het gesprek nergens heen. Ik zeg niet dat de uitkomst vast moet staan, maar wel dat je drijfveren helder moeten zijn: gaat het om uitwisseling van kennis? Om inventarisatie van feiten en argumenten; om elkaar leren kennen of het eens worden?
Open: als de gewenste uitkomst van discussie vooraf al vast staat, is het aanbieden van een stelling zinloos en een minachting van je publiek. Durf het gesprek aan te gaan zonder vast omlijnd einddoel. Is het debat alleen een verhikel om de aanwezigen te overtuigen van de mening van de opdrachtgever, zoek dan een andere vorm. Zie ook ‘doelloos is doelmatig’: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2009/03/doelloos-is-doelmatig/
Geen stelling: denk ook eens aan alternatieven. Een stelling gaat namelijk uit van confrontatie, terwijl het eigenlijke doel van een programmaonderdeel vaak anders is: van elkaar leren, samen toewerken naar een resultaat etc. Je publiek laten praten over een open vraag, een citaat, een passage uit een onderzoek of een stemming kan dan veel beter werken.

Heb je aanvullingen of opmerkingen: graag!