De identiteitscrisis van de dagvoorzitter

26 juli 2011
Categorieën: Geen rubriek
13 reacties »

 

Ik ben er nog altijd niet uit: wat is een dagvoorzitter nu eigenlijk? Iedere keer bedenk ik weer een nieuw antwoord; kom ik met een nieuwe vergelijking die meteen mank gaat.

Als het gaat om de inhoudelijke functie die je hebt als dagvoorzitter-discussieleider, kom ik tot twee analogieën: de tolk-vertaler en de relatietherapeut.

Om te beginnen de tolk-vertaler dan maar: zelfs als mensen oprecht met elkaar willen praten, begrijpen ze elkaar vaak niet. Dat komt simpelweg, omdat hun perspectief verschilt en dus hun interpretatie van wat gezegd wordt.
De directeur die wil reorganiseren hoort dingen heel anders dan de werknemers die bang zijn hun baan te verliezen. De wethouder die voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is, interpreteert wat gezegd wordt anders dan de bewoners die overlast vrezen.
Ik zie het dan als mijn taak net zo lang door te vragen, tot alle inzichten boven tafel zijn en iedereen elkaars standpunten niet alleen gehoord, maar ook daadwerkelijk begrepen heeft.

Aansluitend schakel ik over naar mijn rol als relatietherapeut: de kunst is alle deelnemers zich veilig en gesteund te laten voelen, zonder partij te kiezen. Dat betekent dat ik de directeur het vuur aan de schenen zal leggen, als zijn antwoord onduidelijk of ontwijkend is. Op dat moment voelt ‘de zaal’ zich vertegenwoordigd.
Meteen daarna moet ik echter de directeur steunen: door de juiste vragen te stellen kan ik hem helpen zijn standpunt goed over te brengen op de zaal en bij de luisteraars begrip te kweken voor zijn mening. Op dat moment voelt de directeur zich gesterkt.
Op deze manier kun je als dagvoorzitter helpen begrip te kweken voor elkaars standpunten en problemen.

Al eerder vergeleek ik mijn werk eens met de simultaanschaker (http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/08/simultaanschaken/), omdat je op het podium zo veel tegelijk doet.
En zo kun je bezig blijven. De rol van de dagvoorzitter verschilt immers per evenement: de ene keer ben je vooral discussieleider, met als taak ‘strijdende partijen’ nader tot elkaar te brengen. Maar de volgende keer gaat het vooral om kennis maken (dating-buro), informatie uitwisselen (analist), tot nieuwe inzichten komen (journalistiek interveiwen) of noem maar op. Het is daarom cruciaal om iedere keer samen met de opdrachtgever te zoeken naar de juiste analogie voor die specifieke gelegenheid.
Ik ben erg benieuwd naar jullie vergelijkingen. Misschien kom ik er dan eindelijk eens achter wie ik ben. 

Gezocht: humorloze dagvoorzitter

19 juli 2011
Categorieën: Je publiek beter bereiken
9 reacties »

De standaard profielschets die veel opdrachtgevers geven, als ze zoeken naar een geschikte dagvoorzitter is: gevoel voor humor, interactieve bruggenbouwer, kritisch. In praktijk blijkt deze profielschets maar zelden te kloppen met wat er écht nodig is. Ik wil organisatoren van evenementen daarom uitdagen beter na te denken over hoe hun ideale dagvoorzitter er nu werkelijk uitziet … en dat iedere keer weer, want geen enkel congres is hetzelfde.

Neem nou humor: neem van mij aan dat er geen enkele professionele dagvoorzitter bestaat, die niet in staat is op het juiste moment een grap te maken. In die zin is het dus een overbodige toevoeging aan het profiel.
En tegelijkertijd blijkt als ik doorvraag humor vaak niet meer dan een bijzaak … een belangrijke bijzaak, maar toch: een smeermiddel, maar zeker geen dragende voorwaarde.
Voor een bloedserieus congres over innovatie dat ik recent deed, helpt het als er momenten van ontspanning zijn. Maar er komt echt geen tastbaar resultaat, als iedereen alleen maar huilend van het lachen over tafel ligt.
Dus alsjeblieft, vraag alleen om een dagvoorzitter met humor, als dat echt een leidend kenmerk is.

En wat te denken van interactieve bruggenbouwer? Hoe vaak blijkt deze gewenste eigenschap eigenlijk te betekenen: goed de microfoon kunnen brengen naar maximaal drie vragenstellers. In veel gevallen zoekt de opdrachtgever iemand die zenden eruit kan laten zien als interactie. Maar dan heb je een écht interactieve dagvoorzitter niet nodig.

Tot slot dan: kritisch. Veel mensen zeggen een kritische, mee denkende houding op prijs te stellen. En bijna net zo veel mensen vinden het niet leuk, als je dat dan ook echt doet. De directeur zegt vooraf dat de dagvoorzitter hem natuurlijk het vuur aan de schenen mag leggen, want hij gelooft in zijn verhaal. Maar als je het dan echt doet, spreekt zijn gezicht boekdelen.

Kortom: opdrachtgevers, wees eerlijk in wat je wilt en zoek dáár de meest geschikte dagvoorzitter bij. En ben je niet helemaal zeker van je zaak, consulteer dan gerust een aantal professionele dagvoorzitters: zij zullen graag mee denken en je ook nog eens doorverwijzen naar de meest geschikte man of vrouw.
Echte iedere professionele dagvoorzitter heeft een bepaalde mate van humor, kan in meer of mindere mate interactief bruggen bouwen en heeft een bepaald percentage kritische blik in zich. Ze verschillen in de verhouding: de één heeft echt humor als wapen, de ander is echt in de eerste plaats interactief. Pas als de verhouding van de dagvoorzitter aansluit op de verhouding van de bijeenkomst, is er een echte match.

Iske en Stomp: goed gesproken!

11 juli 2011
Categorieën: Gezien gehoord gelezen
4 reacties »

Tijdens de tweede editie van de Greenport Venlo iDays werd weer eens duidelijk, wat echt goede sprekers en een uitgebalanceerd programma kunnen doen.

Onder het thema ‘Innoveren kun je leren’ werden de deelnemers uitgedaagd buiten hun eigen doos te denken en samen te zoeken naar verrassende nieuwe ideeën. De middag eindigde met een sessie o.l.v. Syntens, waarin de aanwezigen oefenden met zelf innoveren. Hoe ze dat moesten doen hoorden ze eerder in het interactieve programma van onder andere Paul Iske (hoogleraar, consultant én innovatieaanjager bij ABN AMRO) en straatjutter Richard Stomp. Beiden kwamen met een aantal inzichten, die mij als discussieleider bijzonder aanspraken.

Paul Iske liet aan de hand van een anekdote zien, dat creativiteit en dus innoverend vermogen ons van jongs af aan worden afgeleerd: zijn zoontje tekende op school altijd de mooiste tekeningen van de klas. Toch werd hij door de juf gecorrigeerd: hij tekende de zon namelijk consequent blaauw … en dat mocht klopte toch niet?!
De tendens die daar al wordt ingezet leidt volgens Iske rond ons 44ste tot ‘terminale serieusheid’. Dat moeten we weer afleren om echt te kunnen innoveren en daar ging mijn dagvoorzittershart open: mensen anders laten kijken naar dingen.
En ook een tweede stelling van Iske sluit perfect aan bij het werk van een dagvoorzitter. Hij stelt dat iemands ‘creativiteitsindex’ opgebouwd wordt uit het aantal keren dat je dagelijks lacht vermenigvuldigd met het aantal vragen dat je per dag stelt … en laat mijn motto nou zijn: nieuwsgierig is wat in ben, vragen stellen is wat ik doe.

Aansluitend leerde Richard Stomp de deelnemers aan de iDays de kunst van het straatjutten: bijzondere dingen zien, bepalen wat ze nou precies zo bijzonder maakt en dat vertalen naar een bruikbare oplossing in je eigen situatie.
Volgens Stomp zijn onze hersenen niet gemaakt om zo veel mogelijk, maar juist om zo weinig mogelijk te zien. We kijken naar een situatie, zien een patroon, leggen dat naast wat we al kennen, trekken een conclusie en stoppen met denken. Wat we te weinig doen – en wat ik als dagvoorzitter graag faciliteer – is dat we een situatie echt analyseren, er van alle (verrassende) kanten naar kijken, zien wat we er van kunnen leren en hem gebruiken om nieuwe wegen in te slaan.

Het programma: 5 tips voor werken met deelconcepten

1 juli 2011
Categorieën: Geen rubriek
9 reacties »

Ik heb al vaker geblogd over het feit dat programma’s van evenementen effectiever zouden mogen. En ik wil nog een stap verder gaan: we zouden niet alleen conceptueel moeten kijken naar de dag als geheel, maar ook per programmaonderdeel moeten afwegen hoe dat het beste tot zijn recht komt. Ik doe een poging de belangrijkste uitgangspunten op een rij te zetten:

Wat is het doel: de totale dag heeft een doel, maar ieder separaat onderdeel heeft daar binnen als het goed is zijn eigen functie, boodschap en soms zelfs zijn eigen doelgroep. Het is in mijn ogen cruciaal voor een geslaagde dag om dit helder te benoemen.

Wat is het (deel)concept: als je voor ieder programmaonderdeel een eigen doel benoemt, is het een logische stap ze ook een individueel concept te gunnen (passend binnen het totaalconcept van de dag).
Door hier scherp over te discussiëren kan voor ieder programmapunt de meest effectieve vorm gekozen worden. Dit wordt ook bepaald door wat in het programma vooraf gaat en wat volgt: de vorm van een forumdiscussie moet anders zijn, afhankelijk van of hij aansluit op een ronde workshops of op een plenaire interactie. De keuze voor een speech of het interviewen van een spreker heeft (onder andere) te maken met wat er na komt.

Wat is de opbouw: de separate onderdelen, met ieder hun eigen doel en concept, moeten samen een maximale bijdrage leveren aan de overkoepelende doelstelling voor de dag. Dat betekent dat je ze in samenhang moet bekijken: op welke plek in het programma komt een bepaald onderdeel het best tot zijn recht? Plaats je de spreker traditioneel voor de zaaldiscussie of draai je het om; eindig je met workshops, of open je er voor de verandering eens mee?

Hoort het wel in het programma: schuivend met programmaonderdelen en spelend met concepten, kan het zijn dat een onderdeel simpelweg niet blijkt te passen. In dat geval rest maar één maatregel: laten vallen.

Wat is de uitvoering: ieder concept stelt zijn eigen eisen aan de ruimte; aan techniek, zaalopstelling etc. (zie ook: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/07/je-publiek-beter-bereiken-de-zaalopstelling/). NHet is daarom erg belangrijk niet te kiezeniet iedere locatie is geschikt voor alle denkbare vormen en dus is het zaak daar bewust mee om te gaan.
Het liefst wordt de locatie pas geboekt, nadat helder is welke eisen het programma stelt. Tegelijkertijd kan het boeken van de locatie niet eindeloos uitgesteld worden en dus kan het gebeuren dat onderdelen aangepast moeten worden of zelfs afvallen, gedicteerd door de (on)mogelijkheden van de ruimte en de techniek.

 

Zie voor gerelateerde artikelen:
Verschillende discussievormen:
http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2009/02/de-discussie-bestaat-niet/
Ideeën voor de terugkoppelling: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/03/je-publiek-beter-bereiken-de-terugkoppeling/
Interviewtechnieken: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/04/je-publiek-beter-bereiken-interviewtechniek/
Tips voor meer interactiviteit: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/08/je-publiek-beter-bereiken-het-programma/
http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2011/03/tien-tips-voor-een-interactief-evenement/
http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2011/04/geslaagde-gesprekken-hoe-maak-je-interactie-succesvol/