Congresinterview: een zaal vol vragen

4 oktober 2011
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Interviewen is één ding, interviewen tijdens een bijeenkomst een heel ander. Een diepte-interview voor de krant of een vraaggesprek op TV stelt echt andere eisen aan de interviewer dan een dialoog op het podium.

Waarin verschilt het ‘congresinterview’ nu eigenlijk van andere vormen:

Publiek: het belangrijkste verschil zit hem in mijn ogen in het publiek. Aanwezigen kunnen de spreker of geïnterviewde bijna letterlijk aanraken.
Die directe relatie maakt meteen voelbaar, als het publiek afhaakt of het al dan niet eens is met de spreker. Dat vereist een reactie van de interviewer.
Vaak gaat het nog een stap verder: het publiek wordt werkelijk deelnemer aan het gesprek – zeg maar ‘mede-interviewer’ – als de reactie uit de zaal beloond wordt met ‘de microfoon’. De interviewee wordt niet meer door één, maar misschien wel door een paar honderd mensen ondervraagt.

De interviewee: doordat het publiek – in tegenstelling tot de lezer of de TV kijker – voelbaar aanwezig is en hun reactie op wat de interviewee zegt meteen zichtbaar wordt, staat hij/zij anders in het gesprek. Dat kan twee kanten op: er kan een klik ontstaan met de zaal, waardoor hij vrijuit gaat spreken. Of hij voelt zich juist ‘bedreigd’ en gaat overdreven voorzichtig formuleren.
De interviewer moet hier uiteraard op reageren.

Doel: natuurlijk heb je als dagvoorzitter, net als de krantenjournalist of Pauw&Witteman, een idee waar jij (of je opdrachtgever) heen wil. Maar omdat de zaal echt mee praat en gesprekken (als het goed is) niet volledig voorgekookt zijn, kan de route tijdens het gesprek meerdere keren veranderen. En dus staat zelfs het einddoel niet volledig vast.
Dat vereist flexibiliteit en echte interesse van alle deelnemers. De gesprekleider moet hierin voortdurend schakelen en keuzes maken.

Concepten: een interview op het podium kan – zelfs binnen één congresdag – in vele vormen gevoerd worden. Vergelijk weer met Pauw & Witteman: daar heeft ieder interview zijn eigen dynamiek, maar de basisvorm is altijd dezelfde.
Hoe anders is het op het podium: de ene keer een betrekkelijk kleine zaal, de andere keer gebruik maken van de grote ruimte. Soms een hectische omgeving met veel invloeden, vaak ook een klein, intiem gesprek tegen een grote achtergrond.  Weinig afleiding wordt afgewisseld met show, visuele middelen, muziek.
Dat betekent dat in de voorbereiding met andere ogen gekeken moet worden: meerdere scenario’s uitwerken en per onderdeel heel bewust kiezen voor de meest effectieve vorm.

De interviewer: een dagvoorzitter-interviewer heeft een duidelijk andere taak dan een schrijvend journalist of een TV-presentator. De journalist is er om kritisch te zijn, de presentator wil vooral zijn publiek aan zich binden. Een dagvoorzitter combineert een aantal elementen: hij vertegenwoordigt (kritisch) de zaal, helpt de spreker/opdrachtgever zijn doel te bereiken en doet dit door alle aanwezigen een leuke én zinvolle dag te bezorgen.
De gespreksleider op evenementen denkt en handelt minder vanuit zichzelf en meer vanuit zijn doelgroep. Dat vereist hele specifieke kwaliteiten.

Samenvattend: het live gevoel, in combinatie met echte inbreng van de toeschouwers maakt een podiuminterview wezenlijk anders dan een gesprek voor krant, TV, radio, een boek of internet.

NB: dank voor de input, Kim Coppes, Marijke Roskam, Donatello Piras en Tessa Smits!