Koester de lastpakken: 3 profielen
Iedereen kent ze: de lastpakken die een grote stempel drukken op de discussie. Je bent geneigd een hekel aan ze te hebben en ze de mond te snoeren.
Maar tegelijk zijn dit vaak de mensen die écht betrokken zijn en kunnen helpen het gesprek naar een hoger nivo te tillen. Een debat gaat immers pas de diepte in, als gezapigheid wordt voorkomen.
Koester daarom deze ‘luizen in de pels’, maar weet hoe je met ze om moet gaan. Ik zet er een paar op een rij (en sta zoals altijd met open armen voor aanvullingen):
Het stokpaardje: welke kant het gesprek ook op gaat, die ene man op rij zeven blijft steeds maar terug komen op dat ene punt. Hem de mond snoeren lukt niet en is in mijn ogen ook geen optie: iedereen heeft immers recht van spreken en dit punt zit hem – op zijn zachtst gezegd - duidelijk hoog .
Ik kies in deze gevallen vaak voor twee tactieken, niet zelden in combinatie: om te beginnen stel ik de persoon een aantal vragen over zijn stokpaard. Het vergroot de kans dat hij ook anderen de ruimte zal geven, omdat ik hem serieus heb genomen en podium heb gegeven voor zijn punt.
Daarnaast leg ik de beslissing hoe lang dit stokpaard te berijden vaak bij de zaal: ik vraag gewoon, of dit een thema is dat het verdient uitgediept te worden. Door het te vragen maak ik de lastpak ‘controleerbaar’: als 200 man hem steunen, gaan we er op door. Geeft het publiek aan geen interesse te hebben, dan bindt hij wel in (meestal stel ik wel voor, dat de verantwoordelijke manager na afloop even persoonlijk contact met hem op neemt).
De eindeloze vraag: Je geeft iemand het woord en hij is duidelijk van zins dat niet meer af te geven. In plaats van een korte, heldere vraag komt er een betoog, bestaand uit een eindeloze reeks bijzinnen en zonder helder einddoel.
Zo iemand in de rede vallen met de vraag het kort te houden en to-the-point te komen heeft – hoe beleefd of bot ook gesteld – meestal geen enkel effect. Er zijn wel twee andere effectieve manieren om zo iemand te onderbreken.
Ten eerste kun je er voor kiezen om vragen te stellen naar aanleiding van het betoog: door in te zoomen op een onderdeel van wat diegene zegt, kan hij zich nooit beledigd voelen. Je toont immers oprechte interesse. En met die vraagstelling geef je jezelf de kans het gesprek de richting op te sturen, waarvan jij denkt dat vragensteller, publiek en je opdrachtgever er het meest bij gebaat zijn.
Een andere mogelijkheid is een poging te doen zelf naar de conclusie van het betoog te komen. Je onderbreekt de vragensteller dan met de opmerking ‘dus als ik het goed begrijp is uw punt …’ En het grappige is, dat het niet eens uit maakt of je goed hebt gegokt: klopt je aanname, dan zegt hij ‘ja’ en kun je verder. Maar zit je er naast, dan zal diegene in 90% van de gevallen ineens wel in staat blijken om zijn punt in twee zinnen samen te vatten … gewoon, omdat jij het ook in twee zinnen deed.
De frontale aanval: Soms worden discussies echt onvriendelijk; er wordt gescholden en op de man gespeeld. In die gevallen is belangrijk: vragen stellen en vertalen.
Vragen stellen naar aanleiding van een tirade kan helpen iemand ‘tot rust te brengen’ en weer op redelijke toon te laten discussiëren. Plat gezegd: door de puist helemaal leeg te knijpen, voorkom je dat hij terug komt. Door iemand juist ruimte te geven zijn verhaal te doen in plaats van hem af te kappen leg je oprecht contact, toon je begrip en haal je er daarmee de scherpe kanten af. Vaak is het gal kunnen spuwen al genoeg.
Daarnaast is het cruciaal steeds te vertalen: laat (bijvoorbeeld) de directeur niet rechtstreeks reageren op de tirade, maar vat deze in ‘passende bewoordingen’ samen; ontdaan van de scheldwoorden en de scherpe kanten. Maar pas op: geef de ‘opstandeling’ niet het gevoel dat je zijn standpunt afzwakt, want dan brandt hij weer los.
Als er vanaf het podium vervolgens antwoord is gegeven op de vraag uit de zaal, geef het woord dan niet meteen terug aan de ‘aanvaller’. Stel zelf een vervolgvraag aan de directie, in lijn met de tirade: verplaats je in de boosheid uit de zaal en verwoordt hem in acceptabele bewoordingen.
Conclusie: laat de strijdende partijen nooit rechtstreeks met elkaar praten, maar vertaal keer op keer. Zo voelen beiden kampen zich vertegenwoordigd en beschermd, terwijl jij zorgt dat het taalgebruik ‘binnen de perken blijft’.
In al deze gevallen geldt dus: geef de lastpakken oprechte aandacht, stel vragen en hou ze zo ‘in de hand’. Lichaamstaal - een paar stappen naar iemand toe zetten bijvoorbeeld - helpt daarbij enorm (zie ook: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2012/02/lichaamstaal-5-manieren-om-een-evenement-succesvol-te-maken/)
Cruciaal is: als je ingrijpt, doe dat dan met 100% overtuiging, anders maak je het alleen maar erger. Ben je nog niet helemaal zeker van de beste aanpak, volg dan de tactiek van de voetbalscheidsrechter, als twee teams met elkaar op de vuist gaan: laat de situatie gewoon even voort duren, doe een paar stappen terug, observeer en grijp pas in als je zeker weet wat je te doen staat.