Wie mogen er in het forum en waarom: 7 uitgangspunten

26 juni 2012
Categorieën: Geen rubriek, Je publiek beter bereiken, Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Een panel, een forum … hoe je het ook noemt, met grote regelmaat bestijgt een select groepje mensen het podium om hun licht te laten schijnen over een onderwerp. Om te voorkomen dat het gesprek snel dood slaat, hanteer ik een aantal uitgangspunten voor de samenstelling:

Geen politiek: te vaak zitten er mensen in een forum die niet wezenlijk iets toevoegen, maar die daar alleen zitten ‘omdat we niet om ze heen kunnen’. En altijd weer probeer ik mijn opdrachtgevers hier voor te behoeden, want het is de dood in de pot: het forum wordt in één klap zinloos, het publiek haakt af.
Pas als van ieder panellid duidelijk is waarom juist hij daar zit, krijgt het panel autoriteit en zal het publiek luisteren.

Niet te veel: in het verlengde van het eerste punt, ligt het aantal deelnemers. Simpel gezegd: 2 deelnemers is geen forum, vier zijn er te veel. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar met meer dan drie mensen op het podium zit er al snel minimaal één iemand doelloos bij … en waarom zou je hem/haar er dan bij laten zitten?
Wil je persé meer dan drie mensen aan het woord laten, kies dan voor dynamiek: laat ook deelnemers tijdens de discussie aanschuiven of vertrekken. Of kies voor een forum in etappes, met steeds andere groepen op het podium en een duidelijk ‘hoofdstukindeling’.

Diversiteit: niemand is gediend bij een aantal sprekers die elkaar eindeloos herhalen. Zorg bij de samenstelling van de groep met zorg voor sprekers die elkaar aanvullen of zelfs tegen spreken.
Benoem vooraf ieders rol in het forum, ieders standpunt en ieders kennis. Door daar keuzes in te maken, wordt het doel makkelijker bereikt.

Vorm: de ene forumdiscussie is de andere niet. Denk na over de opzet en kies bijvoorbeeld tussen reageren op stellingen of open vragen en bepaal of iedere deelnemer ‘vrij mag roepen’ of dat er een strakke gespreksdiscipline is.

Het publiek: schets een helder beeld van de rol van het publiek. Zijn ze toehoorders of actieve deelnemers in het gesprek? Wie zijn ze en waar worden ze door aangesproken? Deze kennis kan helpen de gespreksvorm te bepalen, net als de samenstelling van het panel. Bestaat de zaal bijvoorbeeld uit twee bloedgroepen, kies dan voor één vertegenwoordiger voor beide partijen en één iemand met een brugfunctie.

Urgentie: zorg dat het ergens over gaat! Niets is zo dodelijk, als een forum waarvan niemand precies weet waarom we er naar zouden moeten luisteren. Durf te besluiten dat ‘geen forum’ ook een optie is.

Het doel: als laatste in deze lijst, maar eigenlijk de eerste stap in het proces. Pas als het doel van de forumdiscussie helder is, kunnen de andere punten afgewerkt worden. Hoe scherper het doel geformuleerd is, hoe beter iedere verdere beslissing langs deze meetlat gelegd kan worden.

 

‘Presenteren …’: oppervlakkig boek, dat hinkt op twee gedachten

16 juni 2012
Categorieën: Geen rubriek
2 reacties »

Met enige regelmaat lees ik vakliteratuur en in veel gevallen levert dat inspirerende nieuwe inzichten op. Het boek ‘Presenteren, professionals aan het woord’  bleek helaas geen aanrader. Ongetwijfeld zullen er mensen zijn met bijna geen podiumervaring, die iets aan het boek hebben.  Maar ik zelf heb het einde uitsluitend gehaald, omdat ik deze recensie wilde schrijven.

Mijn grootste probleem met het boek is dat het twee verhaallijnen kent, die zich in mijn ogen verhouden als appels tot peren. Aan de ene kant delen bekende TV-presentatoren hun ervaringen: categorie Matthijs van Nieuwkerk, Paul Witteman; de echte top, dus. Daar doorheen geweven krijgt de lezer tips hoe een betere spreker te worden.
Niet alleen in mijn overtuiging, maar ook in het boek blijkt dat die twee niets met elkaar te maken hebben: de BN-ers op de buis combineren presenteren en interviewen, op het podium worden die taken verdeeld over sprekers en dagvoorzitters. Een goede spreker is totaal iets anders dan een goede TV-presentator; een professionele dagvoorzitter voert op een hele andere manier gesprekken dan een televisie-interviewer.
En dus gaan de vergelijkingen vrijwel voortdurend mank. De quotes van de bekende presentatoren worden er met de haren bij gesleept, de sprekerstips blijven in het luchtledige hangen.

Maar ook als ik beide verhaallijnen los van elkaar zou lezen, blijven twee matige boeken over.
De interviews met de presentatoren om te beginnen zijn weinig verrassend en jammerlijk oppervlakkig. De heren en dames herhalen elkaar in plaats van elkaar aan te vullen, waardoor diepgang ontbreekt. Alleen Prem en Wilfred Genee wisten me te verrassen. Ik kan niet beoordelen of deze magere oogst gevolg is van
gebrek aan inhoud bij onze top-presentatoren of dat er sprake is van slecht journalistiek interview- en schrijfwerk.

En dan de spreektips: van een auteur die tot de top-sprekerscoaches behoort, had ik echt meer verwacht dan een opsomming van zaken die volgens mij alleen voor de echte beginner iets toevoegen.
Het is bovendien raar, dat op sommige punten ineens spreek-experts aan het woord worden gelaten, naast al die interviews met de Bekende Presentatoren. Eerlijk gezegd zijn juist die uitspraken nog het meest interessants en hadden deze meer ‘spreektijd’ verdiend dan – pak ‘m beet – Eva Jinek en Twan Huys.
Ook vreemd is het, dat in de samenvating aan het eind van ieder hoofdstuk zaken genoemd worden, die eerder in het hoofdstuk helemaal niet genoemd zijn. En in de meeste gevallen zijn dát juist de punten die ik graag verder uitgewerkt had gezien en die voor diepgang hadden kunnen zorgen.

Mocht iemand het boek toch willen lezen, laat me dat dan even weten. Je mag mijn exemplaar zo hebben.