Wat we kunnen leren van Socrates

28 juni 2013
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

De Socratische gespreksvorm is een hele specifieke, filosofische manier om met elkaar van gedachten te wisselen. In zijn meest pure vorm is hij voor het gros van de bijeenkomsten niet bruikbaar, maar alleen het toepassen van de grondbeginselen zou al heel veel meetings naar een hoger niveau kunnen tillen.
De leden van vakvereniging de GoedeDagVoorzitters kregen een stoomcursus van filosoof Dries Boele. Een samenvatting van de meest handzame leerpunten (in de hoop dat Dries me vergeeft dat ik de pure vorm zo erg simplificeer).

socrates

 

De regels van het Socratische gesprek

Socratische gesprekken nemen één algemene vraag als basis. Bijvoorbeeld: wat maakt een bijeenkomst geslaagd? Vervolgens wordt één ervaringsvoorbeeld gekozen en dat wordt tot op het bot ontleed, net zo lang tot ‘de waarheid’ boven water is. Deze gesprekken kunnen dagen of zelfs weken duren. Alleen daarom al valt deze vorm af voor veel congressen. Maar de ‘aard van het format’ is meer dan interessant. Kijk eens naar deze uitgangspunten en bedenk wat het zou opleveren, als we die vaker zouden toepassen:

toets alles: maar al te vaak gaan we uit van een te eenvoudige, verkeerde voorstelling van zaken. Bijvoorbeeld: 99% van de mensen tekent een boom bruin met groene bladeren. En dat terwijl nog niet 1% van de bomen echt die kleuren heeft. Veel gesprekken zouden meer opleveren, als we deze valse percepties benoemen.

Spreek twijfels uit: onze huidige gesprekscultuur eist dat je zeker bent van je zaak. Niet meteen je mening klaar hebben wordt gezien als zwakte. Maar alleen twijfels geven ruimte voor groei.

Vraag door: hoe vaak denken we niet dat we hetzelfde bedoelen, maar blijkt dat bij nader onderzoek anders. Iemand die hetzelfde zegt vindt niet per definitie hetzelfde als jij. En iemand die anders formuleert, hoeft het nog niet oneens met je te zijn.

Zoek gezamenlijke noties: iedereen geeft zijn eigen invulling aan zaken, maar ergens zit er een gezamenlijk kern. Intuïtief weten we vaak wel waar we het over eens zijn, maar laten we ook eens beargumenteren waarom dat zo is.

Zoek consensus: Socratisch met elkaar spreken betekent zoeken naar consensus, terwijl de dissensus vruchtbaar gemaakt wordt. Zelfs al is consensus bij voorbaat kansloos, dan nog is er naar streven beter dan alleen maar beleefd naar elkaar luisteren.

Zoek niet de bestemming, maar de weg: te vaak willen we meteen een oplossing voor een probleem, terwijl we eigenlijk niet eens weten waar deze oplossing aan moet voldoen. De Socratische aanpak is om niet de oplossing te zoeken, maar vast te stellen van waaruit de oplossing gezocht moet worden.

Denk zelf: iedereen kent de voorbeelden van gespreksdeelnemers die kennis, meningen en vermeende waarheden ontlenen aan boeken, ervaring van anderen en hypothetische veronderstellingen. Gesprekken worden zuiverder, als iedereen uitsluitend spreekt vanuit eigen kennis en ervaring.

Je bent een persoon: in de Socratische gesprekswijze is je functie niet relevant, maar gaat het uitsluitend om wie je bent. Er wordt dan ook gesproken zonder hiërarchie.

Emoties zijn een feit: meestal proberen we emoties en feiten zorgvuldig te scheiden, om de gevoelens vervolgens uit de gesprekken te weren. De Socratische aanpak is om emoties en meningen te beschouwen als feit  en dus juist toe te laten tot de discussie.

Moraliseer niet: je in een ander verplaatsen leidt tot oordelen over zijn aanpak. De ander zijn ervaring vertalen naar jezelf brengt inzicht.

De rol van de gespreksleider

Als dagvoorzitter-gespreksleider heb je een belangrijke en heel specifieke rol in het Socratisch gesprek. In een aantal opzichten is die gelijk aan de ‘normale’ manier van doen tijdens congressen, maar ook verschilt hij op een aantal punten van de rol die dagvoorzitters gewend zijn te nemen bij bijeenkomsten.
De Socratische gespreksleider houdt zich aan de volgende uitganspunten:

Vertragen: tijdens veel bijeenkomsten is je rol als dagvoorzitter nogal gehaast: we willen in een strak tijdschema snel naar een oplossing of (vermeende) consensus. De Socratische gespreksleider doet het tegenovergestelde. Hij vertraagt, iedere keer als de groep er uit denkt te zijn: uitspraken noteren, herhalen, samenvatten en dan opnieuw ter discussie stellen. Vragen om elkaars standpunt te herhalen en dat net zo lang te doen, totdat iedereen elkaar werkelijk begrijpt.

Organiseren: Net als ieder gesprek kent de Socratische vorm een aantal lagen. Het grote verschil is dat die in het Socratische gesprek expliciet benoemd en ingezet worden. De eerste laag is het “zaakgesprek”: het leidende gesprek, dat gaat over het feitelijke onderwerp. Dan is er het “strategiegesprek”: dit gaat over de vraag, hoe de zaken procedureel worden ingestoken. En tot slot is er het “metagesprek”: het gesprek over het gesprek, met als centrale vraag of het gaat zoals we willen en of het oplevert wat iedereen verwacht. Als deelnemers vast lopen, is het tijd voor deze laag. Collega Gert-Jan Jansen heeft hier een vertaling aan gegeven door zijn concept van de rode fluit.
Het mooie van het metagesprek is, dat deelnemers allemaal zelf verantwoordelijk zijn voor het welslagen van het gesprek. Omdat iedereen een metagesprek kan inzetten, hoeft niemand met een onvoldaan gevoel naar huis.

Kleuren: het gesprek volgt de aard van de centrale vraag. Is die negatief en confronterend, dan zal het gesprek dat ook zijn en dat gaat ten koste van de uitkomst. Het is daarom belangrijk een ‘mooie’ vraag te stellen.

Bescherm: omdat het gesprek volledig draait om één ervaringsvoorbeeld, dat door één van de deelnemers ingebracht wordt en omdat iedereen spreekt vanuit zichzelf en zijn eigen ervaringen, kan het een bedreigende gespreksvorm zijn. De gespreksleider neemt daarom iedereen in bescherming volgens het principe: iedereen is eigenaar van de feiten, maar de interpretatie is van iedereen. Dus: jij brengt in wat je weet, maar als dat feit gewogen wordt gaat het niet langer over jou persoonlijk.

Bewaak: de gespreksleider is geen deelnemer. De groep doet het onderzoek, de moderator buigt mee. Zijn belangrijkste taak is alles wat er gebeurt steeds terug vertalen naar die ene kernvraag.

 

LEREN MODEREREN: een workshop dagvoorzitter/gespreksleider

25 juni 2013
Categorieën: Nieuws
Geen reacties »

Dagvoorzitten is een ervaringsvak. De beste manier om het te leren is: veel doen en kijken naar de experts. Die kans word je geboden door Kim Coppes en Jan-Jaap In der Maur, samen goed voor tientallen jaren en honderden bijeenkomsten ervaring. In een tweedaagse training met veel persoonlijke aandacht, laten ze je oefenen in alle facetten van het vak. Want een vak, dat is het.

mailchimp

 

Wat gaan we doen?

Oefenen, oefenen, oefenen. Het is onze mening dat het doen de enige manier is om het dagvoorzitterschap onder de knie te krijgen. In twee intensieve dagen behandelen we alle basisvaardigheden van het vak:

Podium-presence: hoe sta je erbij en wat straal je uit? Je wilt je zeker voelen en je soepel door de ruimte bewegen
Presenteren: hoe schrijf je goede (aankondigings)teksten en hoe breng je die overtuigend? Je leert inhoudelijke keuzes te maken, de juiste toon te kiezen en verbinding te leggen tussen je sprekers en de deelnemers
Modereren: Hoe breng je interactie op gang? Je doet ervaring op met technieken & trucs die helpen deelnemers écht met elkaar in gesprek te brengen. En je krijgt situaties voorgeschoteld die een effectieve interactie in de weg kunnen staan.
Interviewen: wat is de juiste vraag op het juiste moment? Of je nu één iemand ondervraagt of in gesprek bent met een panel, een podium-interview is een discipline op zich.
Event architectuur: hoe ontwerp je een programma, dat helpt het doel van de dag te verwezenlijken en vooral: welke rol heb jij daar als moderator in? De dagvoorzitter is immers degene die het op het podium waar moet maken. Het kiezen van de juiste toon en tempo zijn cruciaal. Je leert kiezen tussen scherp en meegaand, tussen polariseren en bruggen bouwen, tussen snelkookpan en urenlang stoven.

Wat levert het je op?

In hoog tempo krijg je tips en adviezen van maar liefst twee doorgewinterde professionals, die al hun kennis en ervaring met je willen delen. In een selecte groep doe je een schat aan ervaring op. Omdat de groep bestaat uit maximaal 12 personen, krijgt iedere deelnemer ruimschoots individuele aandacht.
Aan het einde van de training weet je wat het vak inhoudt, hoe groot je aanleg ervoor is en heb je een flinke stap gezet op weg naar het vakmanschap.

Wat kost het?

Voor deze tweedaagse workshop betaal je € 940,= ex. BTW. De lunch, koffie, thee en koeken zijn inbegrepen.

Waar en wanneer?

De eerst volgende workshop vindt plaats op 26 en 27 september. Zodra deze vol is geboekt, gaan we inschrijvingen aannemen voor 23 en 24 september.
De dagen zijn van 09.00 (aanvang 09.30) tot 17.00. De locatie is Landgoed Kraaybekerhof in Driebergen; het landgoed is uitstekend bereikbaar per auto (gratis parkeren) en trein.

Hoe kun je reserveren?

Stuur een mail naar info@dagvoorzitter.nl, betaal vervolgens de helft van de factuur vooruit en je hebt een plek. Kun je onverhoopt toch niet komen, dan mag je jouw plaats aan iemand anders geven.
Voor meer informatie kun je bellen met Kim (06 28518149) of Jan-Jaap (06 46113994). We hopen je te begroeten in september.

En de winnaar is … het feestje van de dagvoorzitter

11 juni 2013
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Nieuws, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Tijdens het jaarcongres van Logeion (beroepsorganisatie voor communicatieprofessionals) vroegen we deelnemers naar hun meest prangende vraag over dagvoorzitterschap en gespreksleiding. De inzendingen geven een mooi beeld van hoe er naar dagvoorzitters gekeken wordt. Ze zijn interessant voor iedereen die zich bezig houdt met (inhoudelijke) bijeenkomsten.
Aan de steller van de ‘beste vraag’ (toegegeven: de keuze is volledig subjectief) geeft Dagvoorzitter.nl een dag gratis dagvoorzitter cadeau. Daarnaast geven we vier gratis telefonische consulten van een uur weg (en als het er per ongeluk twee worden, doen we ook niet moeilijk).
Een overzicht van de belangrijkste vragen, natuurlijk met antwoord:

Answers

De winnaar van de gratis dagvoorzitter is Petra Borsboom van de Provincie Gelderland. Zij stelde de vraag ‘hoe zorg ik ervoor dat de dag geen feestje wordt van de dagvoorzitter?’ Waarom vonden we dit de belangrijkste vraag: omdat dit erg genoeg nog veel te vaak voor komt. Te veel dagvoorzitters luisteren vooral erg graag naar zichzelf en vinden dat de wereld om hun draait.
Het antwoord op de vraag is dan ook tamelijk simpel, maar misschien een beetje flauw: zorg dat je een goede dagvoorzitter huurt, dan heb je dit probleem niet. Hoe je die herkent, lees je in ‘podiumbeest of prutser‘. Maar laat ik nog een stap dieper gaan: je kunt er zelf ook iets aan doen, door je doelen heel helder te maken. Als je die scherp hebt, kunt je de dagvoorzitter-van-dienst heel gericht instrueren. Die heldere eisen geven hem een stuk minder ruimte om te gaan egotrippen. Dit overzicht kan daarbij helpen.
En ik haal ook de vraag van Chantal Kolleman (Gemeente Hollands Kroon) er nog even bij: ‘hoe voorkom je dat de dagvoorzitter de hoofdrol speelt?’ Dat lijkt dezelfde vraag, maar is het niet: het kan namelijk best zijn dat het doel van de bijeenkomst erbij gediend is, als de gespreksleider prominent aanwezig is. Dan treedt hij niet op de voorgrond, omdat hij dat zo graag wil, maar omdat die effectief is. Sommige bijeenkomsten hebben stevige sturing nodig. Cruciaal is dus om niet zo maar een dagvoorzitter te kiezen, maar te zoeken naar precies de juiste.

De eerste winnares van een gratis consult is Jacqueline Kronenberg van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. Zij legde ons een stelling voor: ‘de beste dagvoorzitter is iemand uit je eigen organisatie, die weet waar hij het over heeft, de mensen kent én tegelijkertijd het vak van dagvoorzitter beheerst’. Dat klinkt inderdaad ideaal: iemand die inhoudelijk volledig op de hoogte is, zijn pappenheimers kent en ook nog eens goed voor de zaal kan staan. Maar dat is het niet altijd. Soms kan een beperkte kennis juist een voordeel zijn, omdat je daarmee volledig kunt focussen op het stellen van de ‘domme vragen’. En de ideale dagvoorzitter is soms juist een volledige buitenstaander, omdat die zich kan focussen op het proces zonder zich zorgen te hoeven maken over zijn positie.
Daar staat tegenover dat Jacqueline ook een punt heeft met haar stelling: de dagvoorzitter hoeft niet altijd een professional te zijn. Bij de inzet van bijvoorbeeld een eigen manager kan een korte training-coaching soms wel zinnig zijn.
In het verlengde van deze vraag, vroeg Joke Busschots (gemeente Leiden) zich af, of je een dagvoorzitter uit eigen gelederen ook kunt combineren met een professional. Het antwoord is volmondig ‘ja’! In dat geval kunnen ze beiden doen waar ze goed in zijn: de één wordt aangesproken op zijn kennis van het onderwerp en de mensen. De ander focust zich op zijn rol als buitenstaander en brengt zijn proces-expertise in. Ervaring leert dat het ‘t beste werkt, als de professionele dagvoorzitter de lead neemt en de interne dagvoorzitter fungeert als ‘side-kick’.

Het tweede gratis consult gaat naar Anne Broekhuizen van de Grontmij met de vraag: ‘ik wil een bijeenkomst organiseren met techneuten, die inspirerend is en toch inhoudelijk. Maar ze vinden het erg moeilijk om deel te nemen. Kan een dagvoorzitter hierbij helpen?’
Wij denken van wel, op twee vlakken: om te beginnen is er de bijeenkomst zelf, waarbij een professional de kennis en ervaring heeft om aan te voelen hoe de mensen in de zaal het beste te betrekken. Maar misschien nog wel belangrijker is de rol van de dagvoorzitter in het voortraject: vanuit zijn ervaring kan hij helpen de doelen te vertalen naar precies de juiste programma-opbouw, de juiste werkvormen en de juiste toon. Door samen te werken aan deze zogenaamde ’event-architectuur’ wordt het deelnemen door de deelnemers vanaf het begin de belangrijkste focus.
Wil je meer weten over dit onderwerp, dan is het boek ‘into the heart of meetings‘ een absolute aanrader. Eric de Groot – één van de auteurs – gaf ook een workshop tijdens ComKracht.

Ook Erika Hoekstra (gemeente Emmen) en Dieuwke de Boer (gemeente Alphen a/d Rijn) winnen een gratis consult. De eerste stelde de vraag: ‘wat voor een geschikte vorm van bijeenkomst kan ingezet worden bij reorganisaties (personeelsbijeenkomsten)?’ En Dieuwke wilde weten: ‘hoe vul je een leuk politiek debat in voor een lijsttrekkersdebat?’
Dit zijn beiden zeer concrete vragen die meer informatie vereisen om te kunnen beantwoorden. Ik zal tijdens het consult niet meteen met oplossingen komen, maar allereerst vooral veel vragen stellen. De belangrijkste zal zijn: wat is jullie doel?
Kijk bijvoorbeeld naar de reorganisatiebijeenkomsten: het maakt voor het concept een enorm verschil of je wilt dat mensen na afloop alles weten van de plannen, of je wilt dat ze de plannen gaan omarmen, of je wilt dat ze de plannen mee helpen uitwerken, etc. En voor het debat geldt hetzelfde: wil je dat iedereen na afloop zijn keuze kan maken of dat iedereen weet welke coalities het meest waarschijnlijk zijn? Afhankelijk van het doel – en van andere factoren, zoals de sfeer binnen de doelgroep – kun je de vorm bepalen.

Tot slot wil ik nog een paar vragen behandelen die niet in de prijzen zijn gevallen, maar wel de moeite waard zijn. Als eerste die van Marije van Peridon (LVTPR); zij wil weten: ‘hoe kies je een dagvoorzitter met verstand van het onderwerp?’ Ik antwoord met een wedervraag: waarom is verstand van het onderwerp zo belangrijk? Soms is een ‘domme dagvoorzitter‘ veel effectiever.
Aan de andere kant heeft ze natuurlijk wel een punt: je moet een dagvoorzitter die helemaal niets met computers en IT heeft geen dag laten leiden over het bouwen van webshops. Mijn tip: zoek binnen de kring van professionals niet op jouw specifieke onderwerp (zakelijk Apple gebruik), maar op de meer algemene zoekterm (automatisering, IT, gadgets). Een dagvoorzitter voor de landelijke clubdag van dwarsgestreepte fladdervinken hoeft niet alles te weten van die vogelsoort, maar het helpt wel als hij dierenliefhebber is.

Wendy Smouter van ANP Pers Support vroeg zich af: ‘kies je een dagvoorzitter die bij je organisatie past, bij je publiek of bij allebei?’ Ik denk dat je het laatste wilt, maar dat je daarbij moet uitgaan van je publiek. Immers: de organisatie heeft een doel met de bijeenkomst en wil bij de deelnemers iets bereiken. Dan zal de organisatie het meest gebaat zijn bij een dagvoorzitter die bij het publiek past. En als je er vanuit gaat dat organisator en publiek bij elkaar passen, dan is het driehoekje rond. Passen organisator en publiek niet bij elkaar, dan heb je een heel ander probleem … en daar helpt geen dagvoorzitter meer aan.

En dan de allerlaatste, maar zeker niet de minste. Frederique Koning (Wereld Natuur Fonds) stelde de vraag: ‘hoe zorg je dat de dagvoorzitter voldoende inhoudelijke kennis heeft om de sprekers uit te dagen en échte interactie te krijgen?’
Dat is een kwestie van de juiste voorbereiding en de juiste keuzes. Als je bepaald hebt wat je einddoel is en daar de beste vorm bij hebt gekozen, dan weet je ook welke kennis de dagvoorzitter nodig heeft om goed zijn werk te kunnen doen. Dan kun je een dagvoorzitter zoeken die deze kennis heeft, of je voedt hem met de juiste informatie.
Maar belangrijker nog: echte interactie is geen kwestie van de juiste informatie alleen. Het vereist ook ervaring met (groeps)processen, kennis van debat-dynamiek, mensenkennis en het feilloos aanvoelen van sfeer. Dat is ervaring die een professionele dagvoorzitter in zijn bagage heeft en graag voor je inzet.

Jan-Jaap In der Maur

Wat zegt u?

4 juni 2013
Categorieën: Gastblog
1 reactie »

 

De locatie: een cruciaal onderdeel van iedere bijeenkomst. Des te onbegrijpelijker is het, dat hij vaak zo onbezonnen geboekt wordt. Er wordt gekeken naar bereikbaarheid en of de plek van het congres ‘mooi’ is, maar niet naar de invloed op de inhoud en het bereiken van het doel van de meeting.
Een gastblog over The Venue Message door Mike van der Vijver, MindMeeting en co-auteur van ‘Into the heart of meetings’.

Soms volmondig en recht-voor-zijn-raap, soms bedeesd en bescheiden; soms vanuit de hoogte en afstandelijk, soms joviaal en jolig. Als ontwerper van bijeenkomsten luister ik naar de boodschap die gebouwen uitspreken. Wat ze zeggen is belangrijk, omdat dat het gedrag van de deelnemers in de bijeenkomst beïnvloedt. En op zijn beurt bepaalt dat gedrag hoe succesvol de bijeenkomst zal blijken.

pratend gebouw

Laten we een stevig gebouw nemen, de Ridderzaal bij voorbeeld. Wie daar binnenstapt verandert ongewild zijn gedrag: zachter praten, iets voorovergebogen lopen, je kind bij de hand nemen – een beetje zoals in een kerk. Sommige dingen kunnen overduidelijk niet: Kinderen rennen niet dwars door de Ridderzaal en je gaat er niet uitgebreid staan zoenen. Hoe komt dat? Hoe weet je je dat ongepast is?
Het precieze mechanisme ken ik niet, maar het heeft ongetwijfeld te maken met signalen waar we ontvankelijk voor zijn en die in ons hoofd worden doorgeschakeld naar de aan-en-uit-knop voor aanvaardbaar of onaanvaardbaar gedrag. In mijn werk gaat het mij niet zozeer om het mechanisme maar om het verschijnsel op zich.

Bijna alle bijeenkomsten worden immers gehouden in gebouwen en het is mijn ervaring dat alle gebouwen iets zeggen tegen mensen. Niet alleen tegen mensen die bereid zijn te luisteren, maar tegen iedereen. In het Nederlands hebben we er nog geen goed woord voor bedacht; in het Engels noemen we het de Venue Message. Meestal nodigt het gebouw je uit of draagt het je iets op. De boodschap klinkt als een zin uit een theaterdialoog waarbij jij als bezoeker – doorgaans ongemerkt – reageert op de prikkel die erin vervat is. Zo zegt De Ridderzaal: “Ik ben de geschiedenis van ons land!” Iedereen die niet totaal analfabeet is, ontvangt die boodschap met ontzag. En ontzag en zoenen – dat gaat niet samen.
Als ontwerper van programma’s is het van fundamenteel belang die boodschap op te vangen. Daartoe moet je jezelf voorstellen dat je een soort groot vlindernet op je hoofd hebt waarmee je iets ongrijpbaars uit de lucht kan vissen. Of een apart stel oren, terwijl het gebouw – als in een Harry Potter film – zijn mond opent en iets zegt. Tegen jou.

In de praktijk is het vaak zò dat de plek van de bijeenkomst al geregeld is wanneer je als meeting designer wordt ingeschakeld. Lang niet altijd past de boodschap van die plek bij het doel van de bijeenkomst en dat is niet zo leuk. Als ontwerper heb je dan twee opties: òf je haalt de organisator over om alsnog te verkassen, òf je probeert de boodschap van het gebouw naar je hand te zetten. Dat kan vaak met betrekkelijk eenvoudige middelen.

Venue message 2

Bovenstaande foto toont een voorbeeld. Het gaat om een bijeenkomst in een kleurloos hotel een kilometer of tien buiten een middelgrote stad ergens in Europa. Doel is een open uitwisseling tussen deelnemers die uiteenlopende belangen hebben. Als ze binnenkomen, lopen ze tegen een grote tafel aan met daarop een keur aan kruiden, specerijen en andere ingrediënten om toverdrankjes mee te brouwen. De hele ruimte ruikt naar de Egyptische kruidenmarkt in Istanboel. Het verrassende contrast tussen de futloze omgeving en de geurenrijkdom opent onverwachte luikjes in het deelnemerbrein, getuige de rijke gesprekken.

Het is jammer dat veel gebouwen voor vergaderingen en conferenties een weinig sprekende boodschap hebben. Talloze congreshotels zeggen: “Ik ben een beetje belegen,” of: “ik doe sjiek.” Grote tentoonstellingsruimtes met bijbehorende vergaderruimtes lijken te zeggen: “Wat kom je hier doen?” of: “Jij bent klein,” of: “Nu zie ik er zo uit, maar morgen ben ik weer heel anders.”
Veel bijeenkomsten worden gehouden om mensen te inspireren of om samen op nieuwe ideeën te komen. Dat is althans de bedoeling van het programma en dan helpen de boodschappen van de meeste gebouwen niet echt mee. De meest gebruikte oplossing voor een slecht passende Venue Message is de palmboom. Daar ga ik verder niets over zeggen, want u snapt vanzelf wel waar ik heen wil.

Laatst was ik op werkbezoek bij een bedrijf dat lampen produceert, geen gloeilampen maar design-spul waar je van gaat likkebaarden. Het gebouw was op het eerste gezicht een rare kubus, maar eenmaal binnen! Overal onverwachte ruimtes waar een deel van de collectie kon worden gepresenteerd. Er stond een metalen frame dat een papieren rol droeg van 5 meter breed en dat tegelijkertijd dienst deed als projectiescherm en als mammoet-flipchart. In het midden van de kubus was een soort dakterras dat aansloot op een complete keuken, met kok die elke dag goed eten maakt voor gasten. Dank zij een balkon wandelden we dwars over de productie-afdeling (met overal daglicht). Aan de overzijde stonden hometrainers waar medewerkers elektriciteit mee konden opwekken. En ga zo maar door.
Dit gebouw zei: “Kom mij ontdekken!” En de deelnemers aan deze opmerkelijke bijeenkomst ontdekten met open mond en open geest de nieuwe lampencollectie. Venue Message en doel van de bijeenkomst in perfecte harmonie!

Mike van der Vijver ontwerpt, faciliteert en presenteert bijeenkomsten. Hij is mede-oprichter van MindMeeting en co-auteur van het onlangs verschenen “Into the Heart of Meetings,” het eerste boek over Meeting Design. Deze blog is gebaseerd op een hoofdstuk daaruit.