Dagvoorzitters zijn eenheidsworst; een jaaroverzicht

16 december 2013
Categorieën: Nieuws, Over vragen stellen en discussie voeren, Stand van het vak
2 reacties »

De jaarwisseling: traditioneel hét moment om terug te kijken. Voor ons is 2013 een heel speciaal jaar geweest. Het was ons eerste volle kalenderjaar als bureau, volledig gespecialiseerd in dagvoorzitters.  Als we naar de (dagvoorzitters) markt kijken, kunnen we paar heldere conclusies trekken.

trends1

Dagvoorzitters worden beschouwd als eenheidsworst.
Opdrachtgevers kijken nog maar zelden bewust naar wie ze voor de zaal zetten. Ze kiezen zonder heldere visie op wat hun dagvoorzitter bij die ene specifieke gelegenheid zou moeten kunnen. Kennelijk denkt ‘de markt’ nog steeds dat alle dagvoorzitters hetzelfde zijn. Het tegendeel is waar: iedere dagvoorzitter heeft zijn eigen vaardigheden en persoonlijkheid.
Gelukkig merken we tegelijkertijd dat ons verhaal met interesse wordt ontvangen en mensen de voordelen inzien van een goede match tussen bijeenkomst en gespreksleider.

Dagvoorzitters beschouwen zichzelf als eenheidsworst
Dagvoorzitters zijn in het algemeen opportunistische ZZP-ers: ze pakken alles aan wat ze aangeboden wordt en vragen zich maar zelden af of een opdracht wel bij ze past. Ze scoren liever een factuur en een mager zesje, dan te kijken of een collega misschien beter geschikt is voor de opdracht.
De gemiddelde dagvoorzitter heeft er erg moeite mee om in een hokje geplaatst te worden. Wij denken dat dat hij of zijn daar juist beter van zou worden.

De markt oordeelt niet graag
Er wordt in evaluaties wel eens gevraagd naar een oordeel over de gespreksleider, maar dat gaat nooit dieper dan een algemeen en daarom nietszeggend cijfer. Wat zegt een 7, als je niet weet waar de dagvoorzitter nu precies op beoordeeld is? Voorwaarde voor een echte evaluatie is, dat de bijeenkomst een helder doel heeft en een weloverwogen programma. Pas dan kun je de rol van de dagvoorzitter specifiek maken en hem of haar beoordelen op het eindresultaat.

De dagvoorzitter wordt niet graag beoordeeld
Veel gespreksleiders vinden het prima om een 8 te krijgen, zonder dat helder is waarvoor. Ze houden daarmee de mythe van hun eigen toegevoegde waarde in stand, terwijl die vaak helemaal niet aantoonbaar is. We merken het al bij de inschrijving van nieuwe dagvoorzitters: de meesten willen gewoon op de site gezet worden en vinden het helemaal niet prettig dat we ze eerst aan het werk willen zien. Een belangrijke nuance is, dat de échte toppers juist graag beoordeeld willen worden en verder willen leren.

Een professionele gespreksleider staat niet bovenaan de wensenlijst
De voorkeur gaat regelmatig uit naar een Bekende Nederlander of een interne dagvoorzitter. En voor beiden is uiteraard iets te zeggen. Tegelijkertijd vinden wij het natuurlijk jammer, als de professionele dagvoorzitter bij voorbaat wordt uitgesloten en er niet gekeken wordt naar de mogelijke toegevoegde waarde.
Maakt de opdrachtgever een afgewogen keuze voor een BN’er of een interne dagvoorzitter, dan hebben wij daar vrede mee. Sterker nog: we helpen de (vaak onervaren) interne dagvoorzitter graag het goed te doen, door training of coaching aan te bieden.

Dagvoorzitter is een populair vak
Onze workshop ‘Leren Modereren’ loopt steeds soepel vol, dus kennelijk zijn er genoeg mensen die het vak onder de knie willen krijgen. We zien een paar categorieën: deelnemers die in andere rollen (zang/theater) al op het congrespodium staan en hun inzetbaarheid willen verbreden. Cursisten die bij een grote/corporate instelling werken, daar regelmatig gesprekken leiden en dat effectiever willen doen. En degenen die regelmatig ‘openbare inspraakbijeenkomsten’ begeleiden.
Daarnaast zie je bijvoorbeeld in alle profielen in de Social Media, hoe populair het is om jezelf dagvoorzitter te noemen. Uit dat enorme aanbod de werkelijke professionals onderscheiden van de snabbelaars en wannabees is voor opdrachtgevers een enorm probleem.

Dagvoorzitters bemiddelen is een populaire inkomstenbron
Ieder sprekersbureau biedt gespreksleiders aan, net als vele communicatiebureaus, artiestenbureaus en noem maar op. Er valt kennelijk goed geld in te verdienen en opdrachtgevers vragen (nog) niet om gericht, vakkundig advies over de inzet van hun dagvoorzitter. Een ander gegeven is daarin veelzeggend: Dagvoorzitter.nl is – voor zover we hebben kunnen constateren – het eerste bureau dat zich volledig richt op de matching van dagvoorzitters … in Europa en misschien zelfs ter wereld.

In 2012 begonnen we met een duidelijke filosofie: niet gaan voor de enorme omzetten, maar voor betere bijeenkomsten. Niet streven naar zo veel mogelijk mensen op de site, maar naar echt maatwerk. Het bracht ons een prachtig jaar, samen met een groot aantal hele mooie mensen. Dank, daarvoor!
We hopen in 2014 volgende stappen te zetten, liefst samen met jullie allemaal. Hoe dan ook, we wensen jullie alvast hele fijne feestdagen en een geweldig nieuwjaar.

Jan-Jaap In der Maur

 

Een bijeenkomst zonder sprekers …?!

10 december 2013
Categorieën: Gastblog
Geen reacties »

Veel bijeenkomsten zijn traditioneel van opzet, en dat is lang niet altijd slecht. Sprekers zijn vaak een belangrijk onderdeel van het programma, en dat is niet voor niets: ze hebben in veel gevallen een grote toegevoegde waarde. Maar wat zou er gebeuren, als er nu eens geen sprekers waren?
Hester Macrander is een duizendpoot op het gebied van taal en theater: ze schrijft, zit voor, presenteert, creëert, geeft workshops & lessen, zingt, speelt, regisseert en bemoeit zich overal mee. Dagvoorzitter zijn is haar belangrijkste bussiness, waar alles in samenkomt. Op een dag kreeg zij de kans het eens helemaal anders te doen.

Hoe zinvol is een bijeenkomst waarin vele deelnemers stilletjes luisteren naar een spreker en er eventueel een (zaal)discussie volgt? Het hangt van de kwaliteit van de spreker af of dit echt relevant is en de deelnemers dus werkelijk activeert. En: goede sprekers zijn er weinig…
De organisatie, in dit geval een gemeente, zat ermee omhoog: ze hadden geen sprekers, maar wel een bijeenkomst met medewerkers uit de kinder- en jeugdzorg. Met het oog op de samenwerking die van deze partijen in de toekomst wordt verwacht, wilde de wethouder het door laten gaan. Ze hadden wel een dagvoorzitter, namelijk mij. ‘Wat nu?’ vroeg de gemeentelijk beleidsmedewerkster nerveus.

Leeg podium

Ik stelde voor om er een interactieve netwerkbijeenkomst ervan te maken. Dit keer zou mijn taak dus verder gaan dan wat je als dagvoorzitter als gereedschap voorhanden hebt om mensen te activeren, zoals een stelling de zaal in slingeren, of vragen stellen. Ik geef workshops en lessen, dit omzetten in een interactief symposium moest lukken. Bovendien vraag ik me al lang af of de opbrengst van een bijeenkomst niet hoger is als mensen zelf actief zijn. Luisteren naar sprekers is een passieve activiteit en workshops zijn maar al te vaak nog eens minilezingen. Dikwijls zie ik deelnemers halverwege de dag helemaal gaar zijn en wegglippen. Zelf actief zijn geeft volgens mij meer energie.

Het doel van de bijeenkomst was gericht op toekomstige samenwerking en dat gaat makkelijker als je elkaar kent en van elkaar weet wat je doet. Als je het netwerkmoment overlaat aan de borrel na het symposium, praat iedereen weer met de mensen die men al kent. Dus ik was enthousiast: ik wilde zoveel mogelijk mensen op inhoudelijk niveau intensief met elkaar in contact brengen. Voor dit doel verdiepte ik me in ‘coöperatieve werkvormen’ zoals die in het basisonderwijs worden gebruikt. Naast de vormen die ik al ken en kon gebruiken was dat weer nieuw, dus inspirerend en bruikbaar.

Op de dag zelf had ik pennen, stiften, post-its blokjes, kleurrijke blaadjes en kartonnen bordjes over de tafels verspreid. Men wist meteen waar men aan toe was!

Mijn opdrachten werkten gelukkig als een tierelier. Geen enkele weerstand, iedereen deed wat ik vroeg, er ontstond een gegons van geanimeerde gesprekken, die ik soms wreed moest onderbreken voor een volgende opdracht. Ik zorgde ervoor dat men telkens van gesprekspartners moest wisselen. Soms twee aan twee, soms met zijn drieën, soms in een groepje. Op drie flapovers konden per inhoudelijke categorie op post-it’s ideeën en plannen geplakt worden, dus die kwamen in de loop van de bijeenkomst vol te hangen.

Mijn laatste opdracht was: ga met acht a tien mensen bij elkaar zitten en maak een rondje waarbij je vragen stelt, zonder antwoorden te bespreken, die beurtelings beginnen met: ‘wie, wat, waar, waarom, wanneer, hoezo, hoe, waartoe’? Zo kom je erachter welke vragen er leven. Destilleer daar thema’s uit voor de volgende bijeenkomst, schrijf die ook op post-its en plak op.

Ik clusterde dat en aldus werden de thema’s voor de vervolgbijeenkomst in 2014 door de deelnemers bepaald. De gemeente heeft nu ruim de tijd er (een) spreker(s) bij te zoeken. Als ze dat al wil, want dit organisatie-overstijgend delen van kennis en informatie werd door de deelnemers als zeer zinvol ervaren. De volgende dag vond ik een juichend mailtje in mijn mailbox van de gemeentelijk beleidsmedewerkster: ze had nog nooit zoveel enthousiaste reacties gehad. Volgens mij is dit het symposium van de toekomst!

Hester Macrander
www.hestermacrander.nl