De debatleider als debatonderwerp

17 maart 2014
Categorieën: Gezien gehoord gelezen, Nieuws, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Het zijn hoogtijdagen voor debatleidend Nederland: de aankomende gemeenteraadsverkiezingen zorgen voor topdrukte. Een korte rondgang langs de Social Media laat zien dat de discussieleiders zelf ook met regelmaat onderwerp zijn van gesprek. Over twee zaken wordt heftig gedebatteerd: kwaliteit en geld.

verkiezingsdebat

Ik zie onwaarschijnlijk veel berichten voorbij komen, waarin mensen klagen over de prestatie van de gespreksleider: hij luister niet, doet zelf mee aan het debat, vraagt niet door, stelt de verkeerde vragen, laat politici weg komen met bla-bla en geeft iedereen veel te lang het woord … of juist te kort.
Om te beginnen moeten we die commentaren natuurlijk met een korrel zout nemen. Want aanhangers van politieke partijen vinden al snel dat hun lijsttrekker tekort gedaan wordt en een kritische vraag van de debatleider wordt al snel vertaald als ‘gekleurd’. Maar als je daar doorheen kijkt, is er wel een duidelijk patroon zichtbaar: bij welwillende amateurs is het commentaar niet van de lucht en komt het uit alle kampen. Bij professionals als Donatello Piras of Hans Etman (om maar eens twee voorbeelden te noemen) overheersen complimenten en constateert men, dat iedereen er wijzer van geworden is.

En dan is er het geld. Zodra een gemeente investeert in een professionele presentator, vaak een BN-er, is de kritiek niet van de lucht en lijkt iedere nuance verdwenen. Het gaat alleen nog maar over de prijs, en niet meer over opbrengst en kwaliteit.
Zo is het heel wel denkbaar dat het inhuren van Jaap Jongbloed daadwerkelijk leidt tot een betere opkomst bij het debat. Dan zou dit een waardevolle investering geweest kunnen zijn. Zonder zijn bijdrage kwam er misschien maar anderhalve man en een paardenkop, waarmee de hele investering in een debat in één klap waardeloos wordt.
En € 3000,= neertellen voor een werkelijk professionele dagvoorzitter, die het debat tot een echt succes maakt, is misschien helemaal zo gek nog niet. Het alternatief is namelijk een volledig verloren avond, waar niemand iets aan heeft.
Er is één belangrijke voorwaarde, waar in mijn ogen bijna geen enkele gemeente aan voldoet: benoemen wat het concrete doel is van het debat. Wil je als gemeente een hogere opkomst, bij het debat of aan de stembus? Of gaat het je om het faciliteren van een afgewogen keuze bij de kiezers? Pas als je duidelijk hebt wanneer het debat geslaagd genoemd mag worden, weet je wat dat waard is. En pas dan weet je als gemeente welke debatleider je in moet huren: de gemeentesecretaris, de journalist van het lokale sufferdje, een professional, een TV-presentator … of clown Bassie.

Jan-Jaap In der Maur

No show … van de dagvoorzitter!

13 maart 2014
Categorieën: Verhalen uit de praktijk
Geen reacties »

Het gebeurt ons steeds vaker: einde van de middag, de telefoon gaat. Aan de lijn is een opdrachtgever in paniek. Overmorgen heeft hij een belangrijke bijeenkomst en nog geen half uur geleden heeft de dagvoorzitter afgezegd.
Voor ons als bureau is dit natuurlijk een gloriemoment, als blijkt dat we binnen een uur een uitstekende oplossing voor handen hebben. Maar voor de opdrachtgever is het een ramp.

leeg podium

Vaak blijkt het te gaan om een niet-professionele (maar lang niet altijd gratis) dagvoorzitter: iemand uit eigen gelederen of een expert uit het vakgebied waar het congres over gaat. De twee belangrijkste redenen waarom deze mensen afhaken zijn angst en agenda.
Angst steekt de kop op, als mensen zich anderhalve dag voor hun optreden ineens realiseren waar ze aan begonnen zijn. Ze zijn te laat gestart met de voorbereiding, hebben nooit goed nagedacht over hun rol … en dan slaat de paniek toe. Ze bedenken een rotsmoes en laten de organisatie met de ellende zitten. Kun je alleen hun dat kwalijk nemen?Nee, ook de organisator heeft een bewust risico genomen met zijn keuze. Dit is wel een probleem, wat voorkomen kan worden: niet door persé altijd een (duur)betaalde professional in de hand te nemen, maar door mensen te helpen te taak aan te kunnen. Er zijn soms hele goede redenen om te werken met interne dagvoorzitters, maar geef ze dan de nodige training/coaching.
En dan de agenda: voor mensen die het dagvoorzitterschap ‘erbij doen’, heeft het meestal niet de hoogste prioriteit. We hebben ze allemaal voorbij zien komen: de ambtenaar, die niet onder een ingelaste afspraak met de minister uit kon. De vakexpert, die een uitnodiging om voor een exclusief publiek te spreken niet voorbij kon laten gaan. En dit probleem – dat van onbetrouwbaarheid – is met geen training op te lossen.

Zijn professionele dagvoorzitters daarmee voor 100% betrouwbaar? Nee, natuurlijk niet. Ze kunnen ziek worden, maar dan weet je wel zeker dat ze echt héél erg ziek zijn, voordat ze afzeggen. En dat ze door de koorts heen al voor alternatieven gezorgd hebben, voordat ze de opdrachtgever bellen.
En ook onder de professionals zitten natuurlijk rotte appelen: zij die gewoon afzeggen, als ze ergens ander een paar honderd euro meer kunnen vangen. En ook daar zijn degenen die afzeggen uit angst op hun bek te gaan. We kennen zelfs het verhaal van een collega, die twee dagen van te voren af zegde, om vervolgens doodleuk in de zaal te gaan zitten.

Maar in het algemeen durf ik de stelling aan: met een professional heb je een meer betrouwbare oplossing.

Jan-Jaap In der Maur

De dagvoorzitter: 6 voorwaarden om het een vak te mogen noemen

4 maart 2014
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Stand van het vak
1 reactie »

De beroepsgroep van  dagvoorzitters is de fase van het schnabbelen voorbij, volgens Rens de Jong, Dagvoorzitter van het Jaar 2013. Maar hoe professioneel is het vak nu eigenlijk? Wij denken dat we een eind op weg zijn, maar dat we ook nog een lange weg te gaan hebben. Het vak dagvoorzitter is een puistige puber, waarin iedereen het talent ziet, maar die de stap naar echte volwassenheid nog moet zetten.

puistige puber
Eerder publiceerden we een lijst van zaken die mensen waarderen en afkeuren in dagvoorzitters; wat hun beeld is van een echt goede gespreksleider. De vraag die we onszelf stellen is: wat moet er gebeuren om van dagvoorzitter een echt volwassen vak te maken? Onze suggesties:

Opleiden: dagvoorzitters zijn nu vooral autodidacten, die het vak geleerd hebben door het veel te doen. Als gespreksleiders zich al (laten) opleiden, dan is dat vooral  op inhoud: ze verbreden hun kennis op bepaalde topics, zoals economie, zorg of  Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
Het is onze overtuiging dat we  daarnaast moeten gaan trainen op echte dagvoorzittersvaardigheden: groepsdynamiek, interactie, debat, interview, psychologie, theater, improvisatie en ga zo maar door . Er zijn al trainingen (Leren Modereren, bijvoorbeeld), maar nog geen echte leergangen. Het zal altijd een ervaringsvak blijven, maar een echte beroepsopleiding zou geen kwaad kunnen.

Kiezen: we spenderen weken aan het vergelijken van energieleveranciers, auto’s, computers etc. Maar een dagvoorzitter beschouwen we als eenheidsworst, die we ‘even boeken’. Dagvoorzitters moeten wat dat betreft ook de hand in eigen boezem durven steken: pas als iedere gespreksleider het lef heeft zich te profileren en opdrachten af te slaan, omdat deze niet bij hem/haar passen, mogen we onszelf een volwassen branche noemen.

Meeting Design: bijeenkomsten worden met steeds meer zorg ontworpen en als gespreksleider kom je dan niet meer weg met het doen van je kunstje. Een moderne dagvoorzitter bereidt zich niet alleen inhoudelijk voor, maar ook doelgericht: hij doorgrondt het doel van de dag, begrijpt de event architectuur en destilleert daaruit zijn eigen toon, tempo en stijl.
Een werkelijke professionele dagvoorzitter is in staat in de loop van een bijeenkomst bewust te variëren: confronterend beginnen, om vervolgens meer ruimte te geven; of andersom. Met hoog tempo van start gaan, om daarna rust te brengen; of andersom. Openen met luchtige humor en schakelen naar een meer serieuze toon; of andersom. Een goede dagvoorzitter kan interviews, werkvormen, debatten etc op verschillende manieren uitvoeren en maakt daar een bewuste keuze in.

Meten: we zijn pas een echt professionele branche, als we er in slagen de toegevoegde waarde van ons werk aantoonbaar te maken. Return on Investment (en onze rol daar binnen) wordt door vele dagvoorzitters gepredikt, maar nog niet beleden. Gert-Jan Jansen loopt hierin voorop, met zijn belofte ‘niet goed, geld terug‘.

Vernieuwen: de aard van bijeenkomsten verandert, net als de manier waarop mensen leren, presteren en interacteren. En dus zal onze beroepsgroep mee moeten met zijn tijd. Iedere dagvoorzitter moet zich afvragen wat hij nu werkelijk weet van gamification, eventtechnology en hybride bijeenkomsten. Voor velen geldt: te weinig.

Verrassen: mensen leren beter, als ze uitgedaagd worden. En toch confronteren we ze met regelmaat met platgetreden paden. We laten ons als dagvoorzitters voorstaan op het feit, dat we af willen van de oneindige stroom sprekers. En vervolgens vervangen we dat door iedere keer dezelfde trucjes: mensen laten praten met hun achterbuurman, de zaal in om te vragen waar ze voor gekomen zijn, stemmen over van alles en nog wat.
En begrijp ons niet verkeerd: dit zijn om sommige momenten uitstekende werkvormen. Maar tegelijkertijd worden ze veel te vaak volkomen willekeurig toegepast. Aan ons Рserieuze dagvoorzitters Рde taak bewust te kiezen ̩n mensen iedere keer weer te verrassen met nieuwe vormen.

Jan-Jaap In der Maur