Lichaamstaal: 5 manieren om een evenement succesvol te maken
Als dagvoorzitter heb je een aantal manieren om discussies te leiden, interviews te beïnvloeden en de tijd te bewaken. Er is de techniek, het concept en jouw vakmanschap. Een middel dat in mijn ogen te weinig gebruikt wordt is de non-verbale communicatie.
In het algemeen – merk ik vooral tijdens de opleidingen die ik geef – zijn dagvoorzitters zich te weinig bewust van de kracht van hun lijf. Ik zet een paar toepassingen van het lichaam op een rij, in de hoop dat jullie zullen aanvullen:
Staan: De plek waar je gaat staan bepaalt (mede) de loop van een gesprek. Simpelweg door een spreker op het podium een vraag te stellen en daarna tussen het publiek te gaan staan, helpt hem zijn blik naar hun te richten. Dat maakt een heel andere indruk dan dat je hem op het podium interviewt en het publiek tot (afstandelijk) toeschouwer maakt.
Lopen: door een paar passen te zetten, maak je eenvoudig een hoop duidelijk. Als een spreker tegen het eind van spreektijd zit, zet ik vanaf de rand van het podium vaak een paar passen naar hem toe. De kans is groot, dat ik dan niet eens meer verbaal in hoef te grijpen.
En ook tijdens zaalinteractie leg ik heel wat meters af: door naar iemand in de zaal toe te stappen, geef je hem echte, unieke aandacht. Zeker in heel heftige discussies kan dit helpen de emoties binnen de perken te houden: in plaats van dat de persoon in de zaal woedend en dus luid tegen iemand op het podium te keer gaat, is hij ineens op een kleinere afstand in gesprek met jou.
Ook handig: begin langzaam bij iemand weg te lopen, en hij snapt dat hij tot zijn punt moet komen. Dat helpt om de vragen uit de zaal kort te houden.
Tot slot: door op het juiste moment uit de zaal naar het podium te lopen, of omgekeerd, vervul je automatisch een brugfunctie en help je ‘de partijen’ tot elkaar te komen.
Wijzen: Overduidelijk wijzen – met gestrekte arm – helpt de discipline in de gesprekken te houden. Degene die aangewezen wordt heeft het woord, de rest luistert. Zeker in combinatie met lopen helpt het je de baas te blijven over de discussie.
Ook in het vervullen van de brugfunctie maakt wijzen je sterker. Doorvragen bij het management, terwijl je naar iemand in de zaal wijst (‘maar deze meneer gaf net aan, wat zijn probleem is…’) werkt twee kanten op: het dwingt de ene partij zich bewust te zijn van het perspectief van de ander en tegelijkertijd voelt de andere partij (of het nu de zaal is waar je naar wijst of de directie) dat je hem op dat moment vertegenwoordigt.
Knikken en blikken: een hoofdknik of een bepaalde blik kan een statement sturen, zonder dat je verbaal in hoeft te grijpen. Duidelijk waarneembaar knikken stimuleert de spreker in zijn betoog en laat hem voelen dat je vol aandacht bent (zelfs als je ondertussen nadenkt of de zaal scant).
En als je midden in een betoog ineens verbazing laat zien, enthousiasme of verontwaardiging bijvoorbeeld, stuur je degene die aan het woord is om juist om dat deel van zijn verhaal in te zoomen. Doe je dat niet, dan maak jij geen keuzes en de spreker dus ook niet: hij zal zijn verhaal helemaal tot het einde afdraaien. Door eerder non-verbaal in te haken, laat je de spreker afslagen maken en bepaal jij de loop van het gesprek.
Ook het publiek kun je op deze manier ’bespelen’: door op het juiste moment een bijvoorbeeld aangenaam verraste blik de zaal in te werpen of je armen vragend naar ze uit te strekken, betrek je mensen bij het verhaal op het podium en daag je ze uit te reageren.
Dansen: hoe meer je door de zaal ‘danst’ in plaats van sjokt, hoe beter en opener de sfeer zal zijn. Als jij – zonder te overacteren - voortdurend uitstraalt dat je het naar je zin hebt, interesse toont en nieuwsgierig bent, zal de zaal dat oppikken en je volgen.