Lichaamstaal: 5 manieren om een evenement succesvol te maken

2 februari 2012
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Als dagvoorzitter heb  je een aantal manieren om discussies te leiden, interviews te beïnvloeden en de tijd te bewaken. Er is de techniek, het concept en jouw vakmanschap. Een middel dat in mijn ogen te weinig gebruikt wordt is de non-verbale communicatie.

In het algemeen – merk ik vooral tijdens de opleidingen die ik geef – zijn dagvoorzitters zich te weinig bewust van de kracht van hun lijf. Ik zet een paar toepassingen van het lichaam op een rij, in de hoop dat jullie zullen aanvullen:

Staan: De plek waar je gaat staan bepaalt (mede) de loop van een gesprek. Simpelweg door een spreker op het podium een vraag te stellen en daarna tussen het publiek te gaan staan, helpt hem zijn blik naar hun te richten. Dat maakt een heel andere indruk dan dat je hem op het podium interviewt en het publiek tot (afstandelijk) toeschouwer maakt.

Lopen: door een paar passen te zetten, maak je eenvoudig een hoop duidelijk. Als een spreker tegen het eind van spreektijd zit, zet ik vanaf de rand van het podium vaak een paar passen naar hem toe. De kans is groot, dat ik dan niet eens meer verbaal in hoef te grijpen.
En ook tijdens zaalinteractie leg ik heel wat meters af: door naar iemand in de zaal toe te stappen, geef je hem echte, unieke aandacht. Zeker in heel heftige discussies kan dit helpen de emoties binnen de perken te houden: in plaats van dat de persoon in de zaal woedend en dus luid tegen iemand op het podium te keer gaat, is hij ineens op een kleinere afstand in gesprek met jou.
Ook handig: begin langzaam bij iemand weg te lopen, en hij snapt dat hij tot zijn punt moet komen. Dat helpt om de vragen uit de zaal kort te houden.
Tot slot: door op het juiste moment uit de zaal naar het podium te lopen, of omgekeerd, vervul je automatisch een brugfunctie en help je ‘de partijen’ tot elkaar te komen.

Wijzen: Overduidelijk wijzen – met gestrekte arm – helpt de discipline in de gesprekken te houden. Degene die aangewezen wordt heeft het woord, de rest luistert. Zeker in combinatie met lopen helpt het je de baas te blijven over de discussie.
Ook in het vervullen van de brugfunctie maakt wijzen je sterker. Doorvragen bij het management, terwijl je naar iemand in de zaal wijst (‘maar deze meneer gaf net aan, wat zijn probleem is…’) werkt twee kanten op: het dwingt de ene partij zich bewust te zijn van het perspectief van de ander en tegelijkertijd voelt de andere partij (of het nu de zaal is waar je naar wijst of de directie) dat je hem op dat moment vertegenwoordigt.

Knikken en blikken: een hoofdknik of een bepaalde blik kan een statement sturen, zonder dat je verbaal in hoeft te grijpen. Duidelijk waarneembaar knikken stimuleert de spreker in zijn betoog en laat hem voelen dat je vol aandacht bent (zelfs als je ondertussen nadenkt of de zaal scant).
En als je midden in een betoog ineens verbazing laat zien, enthousiasme of verontwaardiging bijvoorbeeld, stuur je degene die aan het woord is om juist om dat deel van zijn verhaal in te zoomen. Doe je dat niet, dan maak jij geen keuzes en de spreker dus ook niet: hij zal zijn verhaal helemaal tot het einde afdraaien. Door eerder non-verbaal in te haken, laat je de spreker afslagen maken en bepaal jij de loop van het gesprek.
Ook het publiek kun je op deze manier ’bespelen’: door op het juiste moment een bijvoorbeeld aangenaam verraste blik de zaal in te werpen of je armen vragend naar ze uit te strekken, betrek je mensen bij het verhaal op het podium en daag je ze uit te reageren.

Dansen: hoe meer je door de zaal ‘danst’ in plaats van sjokt, hoe beter en opener de sfeer zal zijn. Als jij – zonder te overacteren - voortdurend uitstraalt dat je het naar je zin hebt, interesse toont en nieuwsgierig bent, zal de zaal dat oppikken en je volgen.

 

Hou de herfst uit je stem

1 november 2011
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Een dikke keel, een hese stem: je maakt het als dagvoorzitter of spreker liefst niet mee. Je stem is je medium en dan kun je geen ruis gebruiken.
Een paar tips (met dank aan verschillende collega’s voor hun bijdrage), speciaal in dit seizoen:

Verwen: neem je rust als de verkoudheid toe heeft geslagen; slaap voldoende. Schuif alles aan de kant, dat niet onmiddellijke haast heeft en geniet van deze gedwongen ontspanning (hier ben ik erg goed in!).

Smeer: thee met honing doet wonderen. Net als veel sprekers/dagvoorzitters zweer ik bij IslaMoos. En ook smeren aan de buitenkant kan helpen, bijvoorbeeld met lichte tijgerbalsem. Vooral géén melk drinken, benadrukt collega Job Boot!

Bestrijdt: Als het echt niet anders kan, stort ook ik me vol met ieder denkbaar paardenmiddel. Dagvooorzitster Pauline van Aken houdt er een hele huisapotheek op na: Nysileen bij griep en verkoudheid; Echinaforce met extra vitamine C voor extra weerstand. Oscilococcium bij de eerste symptomen.

Gebruik techniek: zet liever je microfoon iets harder, zodat jij wat zachter kunt spreken en niet hoeft te forceren. Nuttige tip van Niels van der Schaaff: kies bij verkoudheid liever voor een handheld microfoon ipv een revers. Een handheld kun je je weg houden, als je ineens moet hoesten of niezen.

Accepteer: geef je over aan de relaxte stem, waar je op dat moment mee ‘gezegend’ bent. “Er in gaan hangen” noemt dagvoorzitster Kim Coppes dat.
Collega Rob Janssen gaat nog een stap verder en ziet de humor er van in: als dagvoorzitter word je zo gedwongen nog meer dan anders niet te spreken, maar te luisteren.

Voorkom: een gezonde stem huist in een gezond lichaam. Hou jezelf dus in topvorm: eet gezond, sport, stop met roken en drinken (ja natuurlijk: ik ben ook niet roomser dan de paus)

Ik ben erg benieuwd naar jullie middeltjes en remedies. Wie heeft er nog tips?

Congresinterview: een zaal vol vragen

4 oktober 2011
Categorieën: Je publiek beter bereiken, Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Interviewen is één ding, interviewen tijdens een bijeenkomst een heel ander. Een diepte-interview voor de krant of een vraaggesprek op TV stelt echt andere eisen aan de interviewer dan een dialoog op het podium.

Waarin verschilt het ‘congresinterview’ nu eigenlijk van andere vormen:

Publiek: het belangrijkste verschil zit hem in mijn ogen in het publiek. Aanwezigen kunnen de spreker of geïnterviewde bijna letterlijk aanraken.
Die directe relatie maakt meteen voelbaar, als het publiek afhaakt of het al dan niet eens is met de spreker. Dat vereist een reactie van de interviewer.
Vaak gaat het nog een stap verder: het publiek wordt werkelijk deelnemer aan het gesprek - zeg maar ‘mede-interviewer’ – als de reactie uit de zaal beloond wordt met ‘de microfoon’. De interviewee wordt niet meer door één, maar misschien wel door een paar honderd mensen ondervraagt.

De interviewee: doordat het publiek – in tegenstelling tot de lezer of de TV kijker - voelbaar aanwezig is en hun reactie op wat de interviewee zegt meteen zichtbaar wordt, staat hij/zij anders in het gesprek. Dat kan twee kanten op: er kan een klik ontstaan met de zaal, waardoor hij vrijuit gaat spreken. Of hij voelt zich juist ‘bedreigd’ en gaat overdreven voorzichtig formuleren.
De interviewer moet hier uiteraard op reageren.

Doel: natuurlijk heb je als dagvoorzitter, net als de krantenjournalist of Pauw&Witteman, een idee waar jij (of je opdrachtgever) heen wil. Maar omdat de zaal echt mee praat en gesprekken (als het goed is) niet volledig voorgekookt zijn, kan de route tijdens het gesprek meerdere keren veranderen. En dus staat zelfs het einddoel niet volledig vast.
Dat vereist flexibiliteit en echte interesse van alle deelnemers. De gesprekleider moet hierin voortdurend schakelen en keuzes maken.

Concepten: een interview op het podium kan – zelfs binnen één congresdag - in vele vormen gevoerd worden. Vergelijk weer met Pauw & Witteman: daar heeft ieder interview zijn eigen dynamiek, maar de basisvorm is altijd dezelfde.
Hoe anders is het op het podium: de ene keer een betrekkelijk kleine zaal, de andere keer gebruik maken van de grote ruimte. Soms een hectische omgeving met veel invloeden, vaak ook een klein, intiem gesprek tegen een grote achtergrond.  Weinig afleiding wordt afgewisseld met show, visuele middelen, muziek.
Dat betekent dat in de voorbereiding met andere ogen gekeken moet worden: meerdere scenario’s uitwerken en per onderdeel heel bewust kiezen voor de meest effectieve vorm.

De interviewer: een dagvoorzitter-interviewer heeft een duidelijk andere taak dan een schrijvend journalist of een TV-presentator. De journalist is er om kritisch te zijn, de presentator wil vooral zijn publiek aan zich binden. Een dagvoorzitter combineert een aantal elementen: hij vertegenwoordigt (kritisch) de zaal, helpt de spreker/opdrachtgever zijn doel te bereiken en doet dit door alle aanwezigen een leuke én zinvolle dag te bezorgen.
De gespreksleider op evenementen denkt en handelt minder vanuit zichzelf en meer vanuit zijn doelgroep. Dat vereist hele specifieke kwaliteiten.

Samenvattend: het live gevoel, in combinatie met echte inbreng van de toeschouwers maakt een podiuminterview wezenlijk anders dan een gesprek voor krant, TV, radio, een boek of internet.

NB: dank voor de input, Kim Coppes, Marijke Roskam, Donatello Piras en Tessa Smits!

De 8 kenmerken van een goede stelling

2 mei 2011
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Het poneren van stellingen is een veel gebruikt middel om mensen aan het denken te zetten en in gesprek te krijgen. Mits goed toegepast, is het een geweldige manier om discussie op gang te brengen of de aanwezigen mee te nemen in het verhaal van de spreker.
Helaas zie ik te vaak dagvoorzitters, publiek, panels en sprekers worstelen met stellingen die hun doel volledig voorbij schieten.

Ik heb daarom geprobeerd een aantal uitgangspunten te formuleren. Een geslaagde stelling is:
Eenduidig: als hij voor meerdere uitleggen vatbaar is, gaat de discussie als snel over de vraag hoe je de stelling uit moet leggen en dus niet meer over de stelling zelf. Het gebeurt met grote regelmaat dat na verloop van tijd blijkt dat ja-stemmers en nee-stemmers het eigenlijk eens zijn, maar dat ze simpelweg de stelling anders gelezen hebben.
Eenvoudig: je begrijpt hem in een oogopslag, zodat er meteen begonnen kan worden met discussieren. Een stelling uit moeten leggen is net zo erg als de clou van een mop moeten verklaren. Een truc die vaak toegepast wordt en goed werkt, is één voor- en één tegenstander hun standpunt laten verdedigen, voordat de rest van de zaal mee gaat praten.
Enkelvoudig: opdrachtgevers willen vaak te veel boodschappen in één dag stoppen en dat geldt ook voor de stellingen. Helaas schept dat verwarring bij de deelnemers aan het gesprek en dat komt de effectiviteit van de discussie niet ten goede. Dus: maak keuzes! En wil je persé meerdere zaken in debat brengen, splits ze dan op in meerdere stellingen.
Polariserend: stellingen worden vaak (te) voorzichtig geformuleerd, om niemand voor het hoofd te stoten. Maar als iedereen het meteen eens is over het antwoord op de stelling, heb je geen discussie en bereik je dus niks.  Vaak kent de opdrachtgever zijn doelgroep niet goed genoeg en dénkt dat er tegenstellingen zijn, waar ze niet bestaan.
Prikkelend: een goede stelling maakt nieuwsgierig en maakt dat je de diepte in wilt. Je raakt er niet snel op uitgekeken en hij zet aan tot nadenken. Het is de spreekwoordelijke ui, die je samen laag voor laag wilt afpellen;
Doelgericht: als de deelnemers aan een discussie niet weten waarom deze stelling besproken wordt, gaat het gesprek nergens heen. Ik zeg niet dat de uitkomst vast moet staan, maar wel dat je drijfveren helder moeten zijn: gaat het om uitwisseling van kennis? Om inventarisatie van feiten en argumenten; om elkaar leren kennen of het eens worden?
Open: als de gewenste uitkomst van discussie vooraf al vast staat, is het aanbieden van een stelling zinloos en een minachting van je publiek. Durf het gesprek aan te gaan zonder vast omlijnd einddoel. Is het debat alleen een verhikel om de aanwezigen te overtuigen van de mening van de opdrachtgever, zoek dan een andere vorm. Zie ook ‘doelloos is doelmatig’: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2009/03/doelloos-is-doelmatig/
Geen stelling: denk ook eens aan alternatieven. Een stelling gaat namelijk uit van confrontatie, terwijl het eigenlijke doel van een programmaonderdeel vaak anders is: van elkaar leren, samen toewerken naar een resultaat etc. Je publiek laten praten over een open vraag, een citaat, een passage uit een onderzoek of een stemming kan dan veel beter werken.

Heb je aanvullingen of opmerkingen: graag!

Het Grote Interview Gala: volgend jaar weer!

17 februari 2011
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Het eerste Grote Interview Gala was in mijn ogen een succes: een uitverkochte Stadschouwburg vol met inspirerende, nieuwsgierige mensen. Omdat ik zelf veel interviews doe, als dagvoorzitter en als regisseur van opdrachtfilms, was dit voor mij Luilekkerland. De belangrijkste conclusies:
Hét interview en dé interviewer bestaan niet. Interviewen is een vak met vele facetten. Ik denk een deel te beheersen, maar heb ook vormen gezien waar ik niet geschikt voor ben.
De bekendste interviewers van Nederland zijn niet per definitie de beste.
Goede journalisten zijn nog geen goede dagvoorzitters, interviewers kunnen niet per definitie een goed evenement organiseren.

Ik geef een aantal voorbeelden van wat ik gezien/mee gemaakt heb:
Om te beginnen hulde voor Frenk van der Linden voor het nemen van dit geweldige initiatief. Ik hoop op een jaarlijks terugkerend fenomeen. Wel zag ik weer eens bevestigd, dat je initiatiefnemers nooit hun eigen bijeenkomst moet laten openen, tenzij onder leiding van een strenge dagvoorzitter. Frenks openingspeech was véél te lang en miste daardoor doel. Bovendien: waarom open je een interview gala niet met een spetterend interview?
Wouter Bos liet aansluitend zien, waarom hij diep van binnen geen echte politicus is: hij is oprecht, eerlijk en heeft humor. Zijn verhaal vanuit het perspectief van de interviewee was een genot om naar te luisteren.

Een erg leuk onderdeel was de masterclass, waarin drie journalistiek-studenten ieder zes minuten de tijd kregen om een top-interviewer te ondervragen. Aansluitend werd hun prestatie door de gespreksleider én de zaal van commentaar voorzien. Er is duidelijk veel talent voor handen, als interviewer én als toekomstig dagvoorzitter!
Het was goed te zien dat de één eigenlijk meer geschikt was voor marathoninterviews voor de geschreven pers, terwijl de ander zich bij een kort live-interview wel als een vis in het water voelde. Ook was duidelijk dat niet iedereen op jonge leeftijd de ‘rijpheid’ heeft een goed gesprek te voeren. Zelf werd ik pas later een goede interviewer en ook één van de studenten was duidelijk nog te veel met zichzelf bezig. In zijn hardnekkige rol als ‘puber, die het allemaal geen zak interesseert’ slaagde hij er niet in connectie te maken met zijn op zich zeer welwillende interviewee.
De gesprekleiders ten slotte, toonde aan dat je als gerenommeerd journalist/interviewer nog geen goede dagvoorzitter bent: hij vond vooral zijn eigen inzichten belangrijk, vergat dat de zaal uit meer dan de voorste rij bestaat, voelde niet aan op welke momenten de aandacht van het publiek verslapte en liep gruwelijk uit de tijd. De combinatie van een professioneel dagvoorzitter met hem als inhoudsexpert zou beter gewerkt hebben.

Patrick Lodiers vond ik grappig genoeg als live-discussieleider veel beter op zijn plek dan op TV. Met humor, vaart én inhoud gaf hij leiding aan een Q&A met Clairy Polak. Ik denk dat Patrick zijn roeping gemist heeft en full-time dagvoorzitter moet worden.
Clairy toonde zich hét voorbeeld van een goede interviewster: goed voorbereid, oprecht geïnteresseerd en vooral zonder enige behoefte zichzelf belangrijk te maken.

De techniek was de hele avond, in alle zalen waar ik geweest ben een drama. Natuurlijk draait het daar uiteindelijk niet om, maar het kan wel zo storend zijn dat het afleidt van de inhoud.
Verder was er duidelijk geen sterke regie op planning: we begonnen al een half uur te laat; want, zo werd gezegd: ‘dat gebeurt nu eenmaal altijd’. Met een goede organisatie en een professionele dagvoorzitter gebeurt dat nooit … nou ja, zelden.
In de loop van de avond liep de achterstand op de planning alleen maar op. Als je werkt met parallel-sessies is het cruciaal dat die zich allemaal perfect aan de tijd houden. Niet alleen om uitloop te voorkomen, maar vooral om alle bezoekers de kans te geven tijdens de pauze in de ene zaal te switchen naar een andere zaal, zonder het risico dat ze daar al 10 minuten bezig zijn.

Het slotdebat – met toch een mooi panel – leverde in mijn ogen te weinig op, ondanks de strakke, kundige leiding van Clairy Polak.
Om te beginnen was het jammer dat het programma zo ver uit was gelopen, dat velen al besloten hadden om maar eens naar huis te gaan: de laatste trein halen, morgen weer werken, etc.
Maar wat me vooral tegen viel was de inhoud: bepaalde panelleden hadden óf al de hele avond aan de wijn gezeten óf waren na een langer avond zelf ook moe. Het effect was dat er een jolige sfeer ontstond, die de avond tekort deed. Na 10 minuten heb ook ik besloten, dat het mooi geweest was.
Volgend jaar ben ik er zeker weer!

Inspirerend: Dag van de Toegevoegde Waarde

14 december 2010
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Gisteren was ik - als deelnemer en leider van Powersessies - op de Dag van de Toegevoegde Waarde. En wat een terechte naam voor dit evenement: de aanwezigheid van een groot aantal vakgenoten die kennis deelden en met elkaar spraken over nieuwe mogelijkheden was ongelofelijk inspirerend!
Mijn observatie: ik hoop dat we het met zijn allen aan gaan durven de deelnemer aan de evenementen aan het roer te zetten. Laten we hem/haar vooraf durven vragen wat hij/zij wil: welke programmaonderdelen, welke sprekers, behandeling van welke problemen. Laten we de social media ook inhoudelijk gaan gebruiken, om ook vooraf en na afloop gesprekken te voeren en zo de dag zelf meerwaarde te geven.

Een verre van volledig overzicht:

De dag werd geleid door twee collega’s van GoedeDagVoorzitters.nl. het is altijd weer goed om een paar professionele collega’s te zien interacteren met de zaal.

Een aantal presentaties werd gedaan in Pecha Kucha stijl: de spreker heeft exact 20 sheets van ieder 20 seconden, dus 6 minuut 40 tot zijn beschikking. Het was heerlijk om naar een serie korte, flistende optredens te mogen kijken.
Mijn observatie: ieder format dat té rigide wordt toegepast is eerder een beperking dan een verrijking. Het is aan ons, de vakmensen, om iedere keer weer precies dát format te kiezen dat op een bepaald moment in het programma bij juis die doelgroep precies doet wat het communicatief zou moeten doen.

In één van de Pecha Kucha’s zei Erik Peekel: ‘Je doet nieuwe inzichten op door te spreken met mensen die anders zijn dan jij. Door gebruik te maken van de Wisdom of the Crowd kun je mensen aan het denken zetten’ (Erik vergeeft me hopelijk deze vrije vertaling van zijn optreden).
Mijn observatie: Je moet dus het standaard programma loslaten en iedere keer weer zoeken naar de vorm, die deze interactie mogelijk maakt. En een dagvoorzitter die hier ervaring mee heeft helpt!

Albin Bronkhorst sprak over de mogelijkheden van Webinars. De mogelijkheden hiervan zijn nog betrekkelijk onbekend en onbemind.
Mijn observatie: er is nog een wereld te winnen in het combineren van virtuele en fysieke bijeenkomsten. De laatste zullen in mijn ogen nooit uitsterven, maar wel steeds meer ’slechts’ een onderdeel worden in een langere keten van communicatiemomenten. Ik denk dat de dagvoorzitter ook steeds meer digitaal zal worden: hij zal zijn expertise ook toe gaan passen in on-line discussiegroepen of bijvoorbeeld op Twitter. En ook een webinar kan veel baat hebben bij een professionele gespreksleider.

Bedrijfssimulaties.nl hield ons voor dat kinderen leren door te experimenteren. Op congressen wordt in hun ogen (en de mijne) te veel geluisterd en te weinig gedaan.
En What’s on beleefde zijn vuurdoop … en slaagde met vlag en wimpel! Dit platform onafhankelijke meetingsysteem geeft voortdurend up-to-date info over de bijeenkomst en biedt mensen de mogelijkheid commentaar te geven. Ik zie grote mogelijkheden om de deelnemers lopende de dag mee te laten bepalen op welke punten het programma aangepast moet worden. Stel je eens voor wat dat kan doen voor de betrokkenheid van de aanwezigen!

Tot slot: Social Media. Er draaide ook op DvdTW een twitter-fountain en er werd op de hashtag druk getweet. Wat is het dan jammer dat het daar bij blijft! Waarom pakken we al deze buzz niet op en doen er iets mee; waarom krijgt de dagvoorzitter niet te horen, als het publiek en masse iets vindt over een uitspraak van een spreker? Waarom worden de mogelijkheden in het voortraject naar de dag vooral gebruikt voor eventmarketing en nog zo weinig voor inhoudelijke interactie. Het wordt tijd voor de echte digitale dagvoorzitter!

Mijn overall conclusie: het vakgebied raakt steeds meer overtuigd van het feit dat de bijeenkomst van alleen maar zenden niet meer bestaat. Deelnemers willen betrokken worden, interactief zijn. En ze willen mede het programma bepalen! 

Simultaanschaken

3 augustus 2010
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
1 reactie »

Dagvoorzitters zijn net schakers: je hebt ze in alle soorten en maten. Je hebt de echte amateurs die de spelregels kennen, maar het verder alleen voor de lol doen. Dan zijn er de topamateurs/semiprofessionals die ook het nodige spelinzicht hebben, maar de echte ervaring en ‘t talent missen. Dan heb je natuurlijk de professionals en tot slot de simultaanschakers: zij die op meerdere borden tegelijk kunnen spelen én kunnen winnen. Afhankelijk van je eigen niveau, kies je wie je tegenover je wilt aan het bord.

Een echt professionele dagvoorzitter laat zich in mijn ogen het beste vergelijken met die simultaanschaker. Op ieder moment van de dag moet hij volledig overzicht hebben en op verschillende niveaus tegelijk kunnen denken:

Hij moet voortdurend luisteren naar degene die aan het woord is en daar goed op reageren: doorvragen, verduidelijken, verbanden leggen, samenvatten. Daarbij moet hij de doelgroep helder voor ogen houden en precies aanvoelen welke aanpak werkt bij welke geïnterviewde (al eerder schreef ik hier een blog over: http://www.dagvoorzitter.nl/weblog/2010/04/je-publiek-beter-bereiken-interviewtechniek/).
Soms legt de dagvoorzitter iemand het vuur aan de schenen, soms helpt hij hem zijn verhaal beter over te brengen op de zaal. Een goede dagvoorzitter is zich bewust van zijn verschillende rollen binnen een programma en switcht daar bijna ongemerkt tussen.

Tegelijkertijd scant een goede dagvoorzitter zijn publiek: hoe wordt er gereageerd op wat gezegd wordt? Hoe is de sfeer en hoe moet daarop ingespeeld worden?
Maar het belangrijkste van alles is dat de dagvoorzitter steeds het einddoel in de gaten houdt en op basis daarvan inhoudelijke beslissingen neemt: ga ik nu samenvatten, verbreden of verdiepen? Laat ik een programmaonderdeel uitlopen of hou ik me strak aan de tijd? Gooi ik misschien zelfs programmaonderdelen om of hou ik vast aan de uitgezette koers? Benoem ik onverwachte ontwikkelingen of laat ik ze voorbij gaan?

Kortom: de volgende keer dat u een dagvoorzitter aan het werk ziet, bedenk dan dat hij meer doet dan alleen luisteren naar wat gezegd wordt. Terwijl hij luistert – naar u, een spreker, een deelnemer aan een discussie of wie dan ook – weegt hij tientallen beslissingen tegen elkaar af en neemt, hopelijk, de goede.

Je publiek beter bereiken: doe gewoon

15 februari 2010
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Veel optredens van dagvoorzitters, discussieleiders en sprekers missen effect, simpelweg omdat ze te veel hun best doen. Ze ‘spelen de professionele spreker’ in plaats van gewoon hun verhaal te vertellen.

Je publiek zit niet te wachten op een ‘ performance’, het wil inspiratie en motivatie horen in je verhaal. De kracht van je optreden moet zitten in wat je te vertellen hebt, je overtuigt je publiek niet met een opgeklopte toon.

Vergeet de luide stem, de brede lach. Wees oprecht … doe maar gewoon.

De evolutie van de dagvoorzitter: Social Media en Events

29 mei 2009
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
2 reacties »

Gisteren was ik dagvoorzitter/discussieleider bij een masterclass die inging op de inzet van Social Media tijdens evenementen en ik ben enorm geïnspireerd geraakt! Ik zie enorme mogelijkheden om bijeenkomsten effectiever te laten zijn, door al vooraf met de bezoekers in gesprek te gaan via de Social Media.

Ook tijdens het evenement kunnen de Social Media denk ik een rol spelen in de discussies. En na afloop kan het gesprek gaande gehouden worden, door bezoekers met elkaar van gedachten te laten wisselen in communities.

Wat mij betreft zijn Social Media een volgende stap in de evolutie van de discussieleider! Ik zie mezelf in de toekomst ook online modereren.

Digitale discussie

15 mei 2009
Categorieën: Over vragen stellen en discussie voeren
Geen reacties »

Om vragen te stellen aan groepen mensen of met ze in discussie te gaan hoef je tegenwoordig niet meer fysiek bij elkaar te zitten. De mogelijkheden om via de digitale kanalen virtueel met elkaar te communiceren worden steeds groter.

Ik zie vooral grote mogelijkheden in de combinatie van de digitale mogelijkheden en de discussie ‘in levende lijve’: door voorafgaand aan een evenement al virtueel met de doelgroep in gesprek te gaan, stijgt het netto resultaat van de dag zelf. En na afloop van een geslaagde bijeenkomst kan het momentum vast gehouden worden, door online met elkaar verder van gedachten te wisselen.

 

Eén van mijn opdrachtgevers – Publicis Consultants van Sluis – won onlangs een zilveren award voor een project waarbij met Multilogue (http://www.multilogue.net/) on-line gediscussieerd werd met 100.000 mensen tegelijk.

Collega Allard Dericks timmert aan de weg met Spilter (www.spilter.nl), een web-based tool dat uitdaagt tot creatief denken en besluitvorming versnelt.

Mijn vriend Jeroen Verkroost – auteur van ‘the age of conversation’ - gebruikt Tweedgrid om te volgen hoe er op Twitter over zijn bedrijf gesproken wordt. Kijk voor meer informatie eens op zijn website: http://www.copypaste.nl/755/how-to-get-real-time-feedback-are-you-listening/

 

En zo zijn er ongetwijfeld nog heel veel meer voorbeelden te noemen. Wie heeft er nog verrassende suggesties?